Erasmus Universiteit eert vrouwelijke hoogleraren met een eigen fotowand.

Rotterdam, maandag, 2 november 2026. De Erasmus Universiteit Rotterdam telt nu 120 vrouwelijke portretten. Toch blijft de academische top achter: landelijk is slechts een derde van de hoogleraren vrouw.
Nieuwe gezichten in Rotterdam
In Rotterdam hangen de muren van het hoofdgebouw van de Erasmus Universiteit niet langer vol met louter statige heren [1][2]. In de zomer van 2026 breidde de instelling haar galerij uit met 48 portretten van vrouwelijke hoogleraren [1][2]. De totale verzameling telt nu 120 afbeeldingen langs de trappen [2][3]. Deze uitbreiding toont scholieren en studenten direct dat de wetenschappelijke top geen exclusief mannenbolwerk is [1][2]. Hoogleraar familiesociologie Renske Keizer benadrukt het belang van deze zichtbaarheid [1][2]. Het toont erkenning voor het werk van vrouwelijke wetenschappers aan de universiteit [1][2].
De harde realiteit van de academische top
De portrettenmuur brengt broodnodige verandering, maar de landelijke cijfers blijven achter [1][2]. Cijfers van het Rathenau Instituut laten zien dat slechts één op de drie Nederlandse hoogleraren vrouw is [1][2]. Dat schuurt met de collegebanken, want ruim de helft van de studentenpopulatie is vrouw [2]. Volgens Keizer stagneert de doorstroom door maatschappelijke verwachtingen en de zogeheten mental load [1]. Vrouwen dragen thuis nog steeds het leeuwendeel van de onzichtbare zorgtaken en het gezinsmanagement [1]. Dat belemmert de stap naar een leidinggevende functie [1].
Werk aan de winkel voor diversiteit
Een fotowand lost niet alles op en vraagt om een kritische blik [1][2]. De huidige portretten tonen voornamelijk witte wetenschappers [1][2]. Keizer stelt helder dat de universiteit in een diverse stad als Rotterdam een betere maatschappelijke afspiegeling moet vormen [1][2]. De komende jaren moet blijken of de getoonde rolmodellen ook zorgen voor daadwerkelijke doorstroom van een bredere groep wetenschappers [1][2]. De zichtbaarheid is er nu, de echte gelijke vertegenwoordiging volgt hopelijk snel [1][2].