De Raad van State wil het nieuwe stelsel voor box 3 uitstellen tot 2030.

Den Haag, maandag, 2 november 2026. De Raad van State noemt invoering per 2028 niet verantwoord. De fiscus kan de vermogenswinstbelasting nog niet aan. Daarom adviseert het adviesorgaan het kabinet dringend twee jaar extra te nemen.
Haagse haast botst op harde realiteit
Eerder zocht het minderheidskabinet al wanhopig naar politieke steun voor de hervorming van de spaartaks [1]. Nu deelt de Raad van State een flinke tik uit met een zogeheten dictum C [2]. De adviseur eist dat het kabinet het wetsvoorstel niet indient zonder ingrijpende wijzigingen [2]. Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën legde zijn plannen begin oktober 2026 voor aan de raad na interne spanningen in de coalitie [3]. De ministerraad boog zich afgelopen vrijdag, 30 oktober 2026, over het kritische oordeel [3]. Volgens de fiscus en de raad is de startdatum van 2028 volstrekt onhaalbaar [2][3]. Pas in 2030 kan een systeem voor alle vermogenssoorten soepel draaien [3]. Wie hoopte op een snelle, simpele heffing over echt behaald rendement, moet dus langer geduld oefenen [3].
Tijdsdruk en een financieel gat van miljarden
Het kabinet vroeg de Tweede Kamer haast te maken en de wet vóór 12 november 2026 te behandelen [3]. Eerenberg wil uiterlijk morgen, dinsdag 3 november 2026, een aangepast plan sturen [3]. De tijd dringt enorm [3]. De Raad van State noemt de voorgestelde tussenoplossing kwetsbaar en mist een duidelijke rechtvaardiging voor de gekozen route [3]. Daarnaast blijft de financiering wankel: de verbouwing schuift een rekening van bijna 8 miljard euro door naar toekomstige kabinetten [3]. Onder leiding van VVD-minister Eelco Heinen moet deze week duidelijk worden hoe Den Haag de boel sluitend krijgt [4]. Het kabinet belooft bovendien een nieuw dekkingsvoorstel rond box 2-inkomsten [3].
Wat merkt de spaarder hiervan?
Voor particulieren betekent dit nieuwe uitstel vooral voortdurende onzekerheid [3][5]. Spaarders en beleggers blijven voorlopig gevangen in noodverbanden en forfaitaire rekensommen [5]. Een belegger met aandelen of vastgoed moet immers weten waar hij aan toe is bij de belastingaangifte [6]. De roep om rust op dit belastingdossier klinkt hard, maar Den Haag schuift de definitieve eindstreep met minstens 2 jaar vooruit [3]. Ondertussen buigt de politiek zich ook over bredere hervormingen, zoals een recent rapport van de CDA-denktank over het afschaffen van toeslagen [4]. De beloofde fiscale rust laat voorlopig op zich wachten [3].