Justitie straft bedrijven en begeleider na de fatale elektrocutie van de jonge stagiair Bram.

Tubbergen, maandag, 24 augustus 2026. Twee bedrijven betalen flinke boetes en een stagebegeleider krijgt een werkstraf. Zij hielden zich niet aan de veiligheidsregels, waardoor de zestienjarige Bram in 2024 werd geëlektrocuteerd.
Drama in de Overijsselse kruipruimte
In het Overijsselse Tubbergen ging het op 14 mei 2024 vreselijk mis [1][2]. De zestienjarige stagiair Bram Wesselink werkte in een vochtige kruipruimte en werd dodelijk geëlektrocuteerd [1][2]. Een openliggende lasdoos stond onder spanning en niemand had vooraf gecontroleerd of de stroom wel van de installatie was gehaald [1][2]. Vandaag, op maandag 24 augustus 2026, legt het Openbaar Ministerie (OM) hiervoor straffen op [2]. Dit drama schudt heel werkend Nederland wakker: stagiairs zijn geen goedkope krachten die je zonder toezicht risicovol werk kunt laten uitvoeren [1][2].
Flinke boetes en een taakstraf
De sancties voor de betrokken partijen liegen er niet om. Twee bedrijven moeten diep in de buidel tasten en betalen geldboetes van 60.000 euro en 15.000 euro [1][2]. Dat betekent een gezamenlijke boete van €75000 [1][2]. De stagebegeleider krijgt bovendien een werkstraf van 40 uur opgelegd [1][2]. De Arbeidsinspectie oordeelde dat de partijen de risico’s voor de jonge stagiair volkomen verkeerd hebben ingeschat [1][3]. Eén bedrijf had niet eens een verplichte risico-inventarisatie, terwijl het andere bedrijf geen specifieke aandacht had voor werkende jeugdigen [1][2]. Veiligheid op de werkvloer is geen papieren tijger, maar een kwestie van leven of dood [2].
Snelle duidelijkheid en harde lessen
Het OM koos bewust voor een strafbeschikking in plaats van een langdurige gang naar de rechter [1][2]. Hiermee wilde justitie voorkomen dat de nabestaanden jarenlang in onzekerheid moesten wachten op een definitieve uitspraak [1][3]. De betrokken bedrijven hebben inmiddels beterschap beloofd en hun veiligheidsvoorschriften aangepast voor minderjarige krachten [1][2]. Voor alle Nederlandse ondernemers is de boodschap glashelder: wie de veiligheid van kwetsbare stagiairs verwaarloost, krijgt de rekening gepresenteerd [2].