Kleine steden verliezen massaal hun particuliere huurwoningen door vluchtende beleggers.

Venray, maandag, 10 augustus 2026. Beleggers verkopen massaal hun huurhuizen in kleinere gemeenten. In Venray stond laatst nog maar één woning te huur. Tot wel twintig procent van de huurvoorraad verdwijnt hierdoor.
Krimp in de provincie
De politieke discussie over de verkoopgolf onder vastgoedbeleggers gaat vaak over Amsterdam of Utrecht [1]. Maar de harde realiteit raakt nu juist de kleinere gemeenten zoals Gouda, Heerenveen en Krimpen aan den IJssel [1][2]. Grote institutionele beleggers bouwen daar nauwelijks nog nieuwe woningen, blijkt uit cijfers van vastgoedadviseur CBRE [1]. Ondertussen pakt de particuliere ‘box-3 belegger’ in rap tempo zijn biezen [2]. Neem het Noord-Limburgse Venray. Wie daar via het platform Pararius een particuliere huurwoning zoekt, heeft pech. Onlangs stond er nog maar één schamel appartement van 80 vierkante meter te huur [3].
Consument zit klem
De economische gevolgen voor woningzoekenden zijn pijnlijk voelbaar. Private investeerders bezitten in Venray nog 1.988 woningen, maar dit aanbod dreigt grotendeels te verschuiven naar de koopmarkt [3]. In sommige gemeenten verdwijnt hierdoor tot wel 20% van de particuliere huurvoorraad [1][2]. Voor de consument die net te veel verdient voor sociale huur, maar te weinig voor een hypotheek, blijft er simpelweg niets over. De doorstroom op de woningmarkt loopt hierdoor volledig vast.
De onderschatte bouwmotor
Dat de private verhuurder verdwijnt, is extra pijnlijk voor de nieuwbouw. De Nederlandsche Bank (DNB) onderschatte onlangs de rol van deze groep, stelt woningmarktexpert Johan Conijn [4]. DNB keek in een analyse alleen naar institutionele beleggers [4]. Daarmee bleef twee derde van de nieuwbouw in de private huursector buiten beeld [4]. Juist die particuliere beleggers zorgden de afgelopen jaren voor de broodnodige nieuwe woningen [4]. Nu zij massaal verkopen en stoppen met bouwen, droogt de markt voor huurwoningen in rap tempo op.