Hulpdiensten vechten in de Eemshaven tegen de klok om het zinkende onderzoeksschip Nautilus te redden.

Eemshaven, maandag, 5 oktober 2026. Het 73 meter lange schip maakt water door een gat in de romp bij de machinekamer. De stroom viel uit en de bemanning is inmiddels veilig geëvacueerd.
Chaos in de Julianahaven
Het Spaanse schip meerde maandag 5 oktober 2026 rond 16.00 uur aan in de Groningse Julianahaven [2]. Vrijwel direct ging het mis: rond 18.50 uur kwamen de eerste noodoproepen binnen [3]. Er zit een gat in de romp bij de machinekamer waardoor het water in hoog tempo naar binnen stroomt [3][4]. De stroom aan boord viel volledig uit en getuigen roken een sterke brandlucht rondom het vaartuig [1]. Hulpdiensten en duikers haasten zich nu om te voorkomen dat de reus van ruim 70 meter kapseist [1][2][4].
Pompen of verzuipen
Twee sleepboten houden het schip momenteel stabiel [1][2][5]. Ondertussen pompt de brandweer samen met een ingeschakeld bergingsbedrijf het water weg om de Nautilus drijvende te houden [1][3][4][5]. Rijkswaterstaat neemt geen enkel risico met de Groningse wateren en heeft direct olieschermen geplaatst tegen eventuele lekkages [1][3]. Gelukkig kon de bemanning het schip snel verlaten [1][2][4][5]. Hoewel een eerdere melding sprak van nul gewonden [1], raakten er volgens de veiligheidsregio toch twee opvarenden lichtgewond [5].
Gevolgen voor de windparken
De Nautilus is een zogenaamd ‘offshore support vessel’ [3]. Het schip vervoert normaal gesproken onderdelen voor windturbines en helpt bij het onderhoud van windparken op zee [2][3][4]. Als dit schip zinkt, kan dat direct invloed hebben op de planning van onze groene stroomvoorziening op de Noordzee [GPT]. Voorlopig ligt de prioriteit in Groningen echter bij het droogpompen van de machinekamer en het stabiliseren van de romp [3][4].