De Tweede Kamer start deze week met beladen begrotingsdebatten.

Den Haag, maandag, 26 oktober 2026. Het kabinet verdedigt vanaf morgen zijn financiële plannen in het parlement. Vooral het schrappen van het beloofde renteplafond voor studenten zet de verhoudingen direct op scherp.
Spanning rond de studieschuld
Dinsdag 27 oktober 2026 om 16.30 uur bijt minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert het spits af [1]. Samen met staatssecretaris Judith Tielen verdedigt zij haar begroting voor 2027 [1]. De sfeer belooft pittig te worden. Letschert schrapte op 25 oktober 2026 immers het beloofde renteplafond van 2,5 procent en de renteloze studieschuld voor de zogeheten pechgeneratie [3]. Dat plan bleek simpelweg te duur [3]. Vooral coalitiepartij D66 zit hiermee flink in de maag; de partij beloofde juist beterschap in het verkiezingsprogramma en het regeerakkoord [3]. Studenten voelen dit direct in hun portemonnee en laten op sociale media van zich horen met de geuzennaam ‘onvrijwillig rentesponsor van de overheid’ [3]. Donderdagochtend 29 oktober om 10.15 uur debatteert de Kamer verder over deze onderwijspost [1].
Wegen, water en de koning
Woensdag 28 oktober 2026 om 10.45 uur schuiven minister van Infrastructuur en Waterstaat Vincent Karremans en staatssecretaris Annet Bertram aan [1]. Zij bespreken het asfalt, het spoor en de waterkeringen, met een vervolg op donderdagmiddag 29 oktober om 16.30 uur [1]. Diezelfde woensdag om 16.15 uur meldt minister-president Rob Jetten zich in de plenaire zaal voor de uitgaven aan Algemene Zaken en de Koning [1]. De belastingbetaler kijkt kritisch mee naar de koninklijke uitgaven, want die posten liggen onder een vergrootglas wegens een gebrek aan openheid [4]. Het parlement wil de complete rijksbegroting voor 1 januari goedgekeurd hebben door beide Kamers, zodat de ministeries volgend jaar direct aan het werk kunnen [1].
Krimpen in Den Haag
Onder al deze debatten tikt een harde ambtelijke bezuiniging door. Vandaag, 26 oktober 2026, ontving de Tweede Kamer een voortgangsbrief over een slagvaardigere overheid [2]. De kabinetten Schoof en Jetten stelden een taakstelling vast die oploopt tot maar liefst €3,5 miljard in tien jaar tijd [2]. De overheid telt 378016 ambtenaren in de brede rijksdienst [2]. Het schrappen van circa 25.000 fte moet de begroting ontlasten [2]. Rijksambtenaren moeten voortaan bureaus delen met een norm van 0,5 werkplek per medewerker [2]. Zo bezuinigt het kabinet gelijktijdig op beleid, personeel en kantoorruimte [2].