Het kabinet wil de woningnood kraken door nieuwe huizen voortaan massaal uit de fabriek te laten rollen.

Den Haag, maandag, 21 september 2026. Minister Boekholt-O’Sullivan wil de bouw flink versnellen met vijftig maatregelen. Het opvallendste plan? Binnen vier jaar moet de helft van alle nieuwbouwwoningen kant-en-klaar uit de fabriek komen.
Van schets naar sleutel in vier jaar
Woonminister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) en premier Rob Jetten (D66) presenteerden op zondag 20 september 2026 hun ‘Actieplan Versnelling Woningbouw’ [1][2][3]. Het grote doel van dit vijftigpuntenplan is om tot het jaar 2035 jaarlijks 100.000 nieuwe woningen te bouwen [1][3]. Nu duurt een gemiddeld bouwtraject van de eerste schets tot de sleuteloverdracht nog een slopende acht jaar [3]. Dat moet in 2030 zijn gehalveerd naar vier jaar [3][4]. Hoe het kabinet dat wil doen? Door rigoureus te snijden in de bureaucratie [4]. Prefabwoningen krijgen voortaan één landelijk goedkeuringsstempel [4]. Hierdoor kunnen gemeenten niet langer hun eigen, unieke stapel extra regeltjes eisen [4]. Dit scheelt tijd, geld en een hoop ambtelijke rompslomp [GPT].
Miljarden en de harde realiteit
Het kabinet trekt tot 2035 in totaal 7 miljard euro uit voor betaalbare woningen, aangevuld met 500 miljoen euro specifiek voor middenhuur [3]. Ook zijn eind augustus 2026 de eerste vijf van de tien nieuwe nationale bouwlocaties aangewezen [3]. Hoewel het woningtekort in 2026 licht daalde naar 4,6 procent ten opzichte van 4,8 procent in 2025 – een daling van 0.2 procentpunt [1] – temperen experts de feestvreugde. Hoogleraar woningmarktbeleid Peter Boelhouwer noemt de plannen “blijmoedig en naïef” [1]. Het echte extra geld van het huidige kabinet komt pas vanaf 2029 beschikbaar [1]. Nu is er jaarlijks 1,16 billion euro te besteden, terwijl de sector 3 tot 5 miljard euro noodzakelijk acht om de doelen te halen [1].
Donkere wolken boven de fabriek
De Woonalliantie waarschuwde in de zomer van 2026 al dat die 100.000 woningen per jaar een utopie zijn zonder extra belastingvoordelen [1]. De overdrachtsbelasting is immers amper verlaagd en de vennootschapsbelasting voor woningcorporaties blijft gewoon bestaan [1]. Tel daar de stijgende rente, de stijgende bouwkosten en het overvolle stroomnet bij op [1][3]. Boekholt-O’Sullivan moet bovendien nog afspraken maken met netbeheerders om te zorgen dat nieuwe wijken überhaupt stroom krijgen [1][3]. Zonder die afspraken staat je hypermoderne prefabwoning straks wel heel snel op zijn plek, maar zit je als bewoner alsnog in het donker [1][3][GPT].