Nederlandse chipaandelen storten in door de komst van een Chinese chipmachine.

Veldhoven, maandag, 27 juli 2026. China bouwt nu zelf geavanceerde chipmachines. Beleggers schrikken hiervan. De aandelen van ASML, Besi en ASMI kelderden vandaag direct met wel tien procent op de beurs.
Schrikreactie op de Amsterdamse beurs
Vandaag, maandag 27 juli 2026, sloeg de paniek toe op het Damrak [1][3]. De Amerikaanse technieuwssite The Information onthulde dat China is gestart met de productie van eigen, geavanceerde DUV-immersielithografiemachines [1][3]. Deze machines zijn cruciaal voor het maken van moderne chips, een markt die de Veldhovense gigant ASML al jaren domineert [3][6]. Beleggers reageerden als door een wesp gestoken. Het aandeel ASML kelderde met 8,5 procent tot het laagste niveau sinds begin juni [1]. Toeleverancier Besi deed het nog slechter en sloot bijna 10 procent lager als hekkensluiter van de AEX [1]. Ook branchegenoot ASMI moest eraan geloven en leverde ruim 7 procent in [1].
Geen directe paniek voor de techreus
Is het Nederlandse chipimperium nu direct verloren? Welnee. De Chinese machines lopen qua prestaties en betrouwbaarheid nog flink achter op die van ASML [1][3]. Bovendien is de productie voorlopig zeer beperkt. China bouwt dit jaar naar verwachting slechts vijf van deze machines [3][4]. In 2027 moeten dat er ongeveer twintig zijn [3][4]. Toch is de dreiging op de lange termijn serieus. De machines gaan naar grote Chinese chipfabrikanten zoals SMIC en Hua Hong Semiconductor [3][6]. China wil hiermee minder afhankelijk worden van het Westen [GPT]. Dat doet pijn bij ASML. Het Chinese aandeel in de netto-omzet van ASML daalde al van 19 procent in het eerste kwartaal naar 14 procent in het tweede kwartaal [6].
Wat merkt de consument en de rest van de markt?
Voor de gewone consument kan deze chipstrijd uiteindelijk gunstig uitpakken [GPT]. Meer concurrentie en extra fabrieken betekenen op termijn simpelweg meer chips, wat de prijzen van smartphones en laptops kan drukken [GPT]. Buiten de chipsector bleef de schade op de beurs maandag beperkt. De AEX-index verloor in totaal 0,8 procent en eindigde op 1081,13 punten [1]. Dat kwam mede door een flinke daling van de olieprijzen na een gevechtspauze tussen de VS en Iran [1]. Een vat Brentolie werd 7,3 procent goedkoper en kostte nog 89,72 dollar [1]. Dat is een daling van 10.28 dollar ten opzichte van de piek van ruim 100 dollar van vorige week [1]. Oliegigant Shell leverde hierdoor 1,1 procent in, maar luchtvaartmaatschappij Air France-KLM steeg juist met 1,3 procent door de lagere brandstofkosten [1].