Nederlandse tienermeiden worstelen nog altijd met sombere gevoelens op school.

Utrecht, maandag, 21 september 2026. Nederlandse tienermeisjes kampen met evenveel mentale problemen als tijdens de coronapandemie. Ze ervaren hoge prestatiedruk en minder plezier op school, al blijven ze redelijk tevreden met hun leven.
Utrechtse cijfers leggen de vinger op de zere plek
Utrecht - In Utrecht, waar de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut op maandag 14 september 2026 hun grootschalige HBSC-rapport presenteerden, luiden deskundigen de noodklok [1]. Nederlandse tienermeisjes van twaalf tot zestien jaar worstelen momenteel met evenveel emotionele problemen als tijdens de coronapandemie [1]. Hun gemiddelde cijfer voor levensgeluk kelderde van een mooie 7,8 in 2001 naar een schamele 6,8 in 2026 [1]. Dat is een daling van exact 1 punt [1]. Ter vergelijking: jongens scoren in 2026 nog altijd een solide 7,7 op hun levenstevredenheid [1].
Prestatiedruk en een minder gezellige klas
De druk op de ketel is hoog in de Nederlandse klaslokalen, en dat merken we overal in de samenleving [1][3]. Maar liefst 54 procent van de meiden ervaart hoge druk door schoolwerk, tegenover 36 procent van de jongens [3]. Geen wonder dat het percentage middelbare scholieren dat school leuk vindt daalde van 82 procent in 2013 naar slechts 64 procent in 2025 [3]. De meiden voelen zich vaker ongelukkig, slapen slecht of zijn snel geïrriteerd [1]. Volgens pedagogiekhoogleraar Loes Keijsers hoort een slecht humeur natuurlijk een beetje bij de puberteit, maar de optelsom van prestatiedruk, individualisme en socialemediagebruik maakt het er vandaag de dag niet gezelliger op [1].
Sociale media en de hoopvolle puberfase
Wat is hier precies aan de hand? Meisjes zitten vaker problematisch op sociale media (7,2 procent) dan jongens (4,6 procent), wat de sombere gevoelens extra aanwakkert [1]. Toch is er hoop: de meesten zijn diep vanbinnen best tevreden met hun leven en hebben gelukkig geen klinische depressie [1][2]. De puberteit is immers een fase die uiteindelijk echt weer voorbijgaat [1]. Maar onderwijsorganisaties en het kabinet moeten wel aan de bak om de sfeer in de klas te verbeteren en de prestatiedruk te verlagen [1][2][4].