Nederlandse winkeliers lachen breeduit door een flinke omzetgroei in juni.

Den Haag, maandag, 3 augustus 2026. De detailhandel boekte in juni 2,9 procent meer omzet. Vooral elektronicawinkels en webshops deden uitstekende zaken. Consumenten kochten simpelweg veel meer spullen.
Elektronica en drogisterijen trekken de kar
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) brengt vandaag, maandag 3 augustus 2026, het goede nieuws naar buiten [1][2]. Consumenten trokken in juni massaal de portemonnee. Dat zorgde in de hele detailhandel voor een omzetplus van 2,9 procent ten opzichte van vorig jaar [1][2]. De echte winnaars in de winkelstraat? Dat zijn de elektronicawinkels met een groei van ruim 6 procent [1][2]. Ook de drogisterijen deden uitstekende zaken en noteerden een plus van 4,5 procent [1][2]. Minder goed nieuws was er voor de meubelzaken en schoenenwinkels; daar bleef de kassa helaas wat stiller dan vorig jaar [1][2].
Digitale stormloop en drukte bij de supermarkt
Niet alleen fysieke winkels profiteerden, want online vlogen de spullen pas echt de virtuele schappen uit. De totale online omzet steeg in juni met maar liefst 7,5 procent [1][3]. Vooral de zogeheten multichannelers—winkels die internetverkoop erbij doen—zagen hun online omzet met bijna 10 procent omhoogschieten [1][3]. Ondertussen deden ook de supermarkten uitstekende zaken met een omzetgroei van 2,7 procent [1][2]. Of we nu massaal snacks insloegen voor een zomerse barbecue of gewoon luxer aten, de grootgrutters sponnen er garen bij [GPT].
Meer spullen voor dezelfde waarde
Toch moeten we de feestvreugde met een klein snufje zout nemen. De consumentenprijzen stegen in juni namelijk ook met gemiddeld 2,9 procent [1]. De omzetgroei van de winkeliers hield hiermee exact gelijke tred met de inflatie [1]. Gelukkig lag het totale verkoopvolume wel 2,5 procent hoger [1][2]. Dit betekent dat consumenten ook daadwerkelijk meer spullen mee naar huis namen, in plaats van dat zij alleen maar meer betaalden voor hetzelfde mandje boodschappen [GPT]. De markt laat hiermee zien dat de Nederlandse consument zijn koopbereidheid ondanks de inflatie niet zomaar verliest [GPT].