Jong Oranje stuntelt tegen de Noren en moet nu hopen op een wonder van Israël.

Zeist, zaterdag, 26 september 2026. Na een schraal gelijkspel tegen Noorwegen heeft Jong Oranje EK-kwalificatie niet meer in eigen hand. De ploeg is nu pijnlijk afhankelijk van puntenverlies van de Israëliërs.
Tandeloos in Deventer
Jong Oranje speelde op 24 september 2026 met 0-0 gelijk tegen Jong Noorwegen in De Adelaarshorst te Deventer [1][3][4]. Een flinke domper voor de ploeg van bondscoach Michael Reiziger, die directe kwalificatie voor het EK van 2027 in Servië en Albanië nu definitief uit de vingers ziet glippen [1][2][3]. De Nederlandse beloften waren weliswaar sterker en kregen uitstekende kansen via Devin Haen en Gjivai Zechiël, maar de Noorse keeper Martin Børsheim hield zijn doel knap schoon [1][2][4].
Hopen op Israël
Met slechts zes punten uit zes wedstrijden staat Nederland nu op een schamele vierde plaats in poule G [1][2]. Dat betekent een uiterst mager gemiddelde van exact 1 punt per wedstrijd [GPT]. Alleen de nummers twee krijgen in november 2026 nog een herkansing via de play-offs [1][3]. Om die felbegeerde tweede plek te bemachtigen, is Jong Oranje nu pijnlijk afhankelijk van puntenverlies van Jong Israël [2][3]. Zelf mag de ploeg absoluut niets meer laten liggen [2].
De laatste strohalm
De jacht op herstel begint op vrijdag 2 oktober 2026 met een uitwedstrijd tegen Slovenië [1][2][4]. Vier dagen later, op 6 oktober, wacht de ontknoping in Doetinchem tegen Bosnië en Herzegovina [2][4]. “Zolang er een kans is dat we het halen, gaan we ervoor”, aldus een strijdbare aanvoerder Givairo Read [4]. De Nederlandse voetbalfan moet dus duimen voor een klein wonder, want de foutenmarge is nu definitief nul [GPT].