Den Haag steekt miljarden in CO2-opslag onder zee, maar grote vervuilers aarzelen.

Den Haag, zaterdag, 7 november 2026. Gisteren stelde het kabinet 1,3 miljard euro extra beschikbaar voor CO2-opslag onder de Noordzee. Toch stappen industriële reuzen nog niet in. De torenhoge kosten schrikken hen voorlopig af.
Staatssteun moet koudwatervrees wegnemen
Het kabinet trok gisteren, op vrijdag 6 november 2026, nog eens 1,3 miljard euro extra subsidie uit voor het Aramis-project [1]. Daarmee moet CO2 uit Nederland, België en Duitsland diep onder de Noordzee verdwijnen [1]. De overheid wil dat de bouw desnoods met minder deelnemers van start gaat [1]. Veel industriële zwaargewichten hikken echter tegen gigantische investeringen aan [1]. De Nederlandse industrie blaast ongeveer een derde van de totale nationale CO2-uitstoot de lucht in [1]. Schoner produceren klinkt nobel, maar de portemonnee regeert. Zolang de Europese emissierechten via het zogeheten ETS-systeem goedkoop blijven, is uitstoten simpelweg lucratiever dan opruimen [1]. Shell en TotalEnergies stapten vorig jaar, in 2025, al uit de aanleg van de transportpijpleiding voor Aramis [1]. Daardoor draaien staatsbedrijven Energiebeheer Nederland (EBN) en Gasunie nu volledig zelf op voor die infrastructuur [1].
Pionieren met vertraging bij Rotterdam
Ondertussen worstelt het allereerste Nederlandse opslagproject Porthos met de weerbarstige praktijk [1]. Het plan mikt op het ondergronds pompen van jaarlijks 2,5 megaton broeikasgas in lege gasvelden, zo’n 20 kilometer voor de kust van Rotterdam [1][2]. Dat dekt 10 procent van de uitstoot van de Rotterdamse haven [1]. Klanten zoals Shell, ExxonMobil, Air Products en Air Liquide staan hiervoor in de rij [1]. Kunstmestmaker Yara pakt het anders aan en vaart zijn afgevangen gas per schip naar Noorwegen [1]. De start van de Porthos-opslag stond oorspronkelijk gepland voor eind 2026, maar kampt met technische vertraging [1]. Het projectteam, dat gisteren de sollicitatietermijn sloot voor een nieuwe projectmanager via Havenbedrijf Rotterdam, mikt nu op de tweede helft van 2027 voor de eerste opslag [2][4]. Pas in 2027 volgt ook het definitieve investeringsbesluit voor het grotere Aramis-netwerk, op voorwaarde dat grote industriële klanten daadwerkelijk durven te tekenen [1].
Wat merkt de burger in de portemonnee?
Grote fabrieken investeren miljarden in afvanginstallaties of betalen voor CO2-transport en opslagruimte [1]. Uiteindelijk belanden die industriële verduurzamingskosten via de prijzen van alledaagse goederen, zoals benzine, plastic verpakkingen en consumentenproducten, direct op het bord van de consument [GPT]. Aan de andere kant betaalt de belastingbetaler nu rechtstreeks mee aan staatssteun en publieke pijpleidingen via staatsbedrijven [1]. Faalt het vullen van die lege gasvelden, dan stijgen de boetes voor klimaatschade en dreigen strengere heffingen voor iedereen [GPT]. De vraag blijft of deze onderzeese opslag een echte reddingsboei is of een peperdure tussenstop [1][3].