Het Nederlands Filmfonds gaf ruim een half miljoen euro aan een film die nooit verscheen.

Amsterdam, zaterdag, 31 oktober 2026. Het Filmfonds negeerde eigen regels en betaalde tonnen voor een prestigieuze productie met Dustin Hoffman. Zelfs een verzonnen Netflix-deal en onbetaalde acteurs hielden de betalingen niet tegen.
Amsterdamse dromen en verdwenen tonnen
In Amsterdam heeft het Nederlands Filmfonds ruim 600.000 euro aan belastinggeld overgemaakt naar een bioscoopproject dat compleet strandde [2][3]. Het ging om Lucca Mortis van de Britse filmmaker Peter Greenaway, die in de hoofdstad woont [3]. De film had een begroot budget van ruim 13 miljoen euro [2][3]. Grote namen zoals Dustin Hoffman en Helen Hunt moesten de zalen vullen [1][2]. De Nederlandse belastingbetaler tastte flink in de buidel om de kunstsector te steunen [1][6]. Het fonds lapte de eigen regels echter aan de laars [2][3]. Zo ontbrak een garantie voor een Nederlandse bioscoopvertoning [2][5]. Zakelijk directeur George van Breemen verklaarde simpelweg te geloven in de productie [2][5]. Achtergrondonderzoek naar hoofdproducent Facing East bleef uit, terwijl die partij al in drie landen verwikkeld was in rechtszaken rond wanbetaling [2][5]. Een opgegeven Netflix-contract van 2,5 miljoen euro bleek bovendien een sprookje, want het streamingplatform had nog nooit van de titel gehoord [2][3].
Chaos op de set en blind vertrouwen
De praktijk bleek al snel een pijnlijke klucht [1][2]. Hoofdrolspeler Dustin Hoffman weigerde tijdens de eerste opnamedagen te verschijnen omdat zijn loon niet was betaald [2][3]. De draaidagen liepen herhaaldelijk vast wegens geldtekort en zeker tien bemanningsleden wachten nog altijd op tienduizenden euro’s [2][3]. De Nederlandse coproducent Witfilm hield de financiële nood bewust stil voor subsidieverstrekkers om geldstromen niet af te snijden [2][3][6]. Vorig jaar betaalde het Filmfonds desondanks een volgend subsidiedeel uit na het bericht dat een definitieve montageversie klaarstond [2][3][5]. Het fonds gaf later toe die zogeheten picture lock nooit te hebben opgevraagd of gecontroleerd [2][3][5]. Hoogleraar bestuursrecht Jacobine van den Brink noemt de gang van zaken oneerlijk, niet transparant en een zorgelijke omgang met publieke middelen [2][6].
Druk op de deadline
De zaak raakt de Nederlandse burger direct in de portemonnee [6]. Dit fonds verdeelt jaarlijks circa 100 miljoen euro aan publiek cultuurgeld [6]. Vrijdag 30 oktober 2026 brachten Nieuwsuur en NRC de reeks misstanden naar buiten [5][7]. Regisseur Peter Greenaway reageerde via zijn advocaat met de hoop dat het werk ooit een publiek bereikt [2][3]. Het bestuur eist nu vóór het einde van 2026 opheldering over een concrete premièredatum [2][3]. Blijft die duidelijkheid uit, dan dreigt een volledige of gedeeltelijke terugvordering van de uitgekeerde tonnen [2][3].