Een Rotterdamse taalschool weigert een Israëlische man omdat hij de oorlog in Gaza geen genocide wil noemen.

Den Haag, zaterdag, 3 oktober 2026. Een Rotterdamse docent weigerde een Israëliër die Nederlands wilde leren. De reden? De man weigerde de oorlog in Gaza ‘genocide’ te noemen. De overheid spreekt nu van discriminatie.
Politiek tribunaal tijdens de intake
Het incident speelde zich af in Rotterdam [1]. Op vrijdag 18 september 2026 wilde de in Nederland wonende Israëliër Y., die zijn oom verloor tijdens de aanval op 7 oktober 2023, simpelweg Nederlands leren [1][2][3]. Tijdens het intakegesprek stelde de eigenaar en docent van de particuliere taalschool echter een harde voorwaarde [1][2]. De cursist moest de Israëlische acties in Gaza bestempelen als ‘genocide’ [1][2]. Omdat de man dat weigerde, werd hij direct afgewezen [1][2][3]. De docent schepte hier naderhand zelfs over op via sociale media [1][2][5].
Juridische stappen wegens uitsluiting
De weigering leidt tot grote verontwaardiging en juridische stappen [5]. Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) stapt direct naar het College voor de Rechten van de Mens [1][2]. Discriminatie.nl steunt de afgewezen man en overweegt zelfs aangifte te doen bij de politie [2]. Volgens belangenorganisatie StandWithUs Nederland is dit incident helaas geen uitzondering, maar past het in een bredere trend in 2026 waarbij Joden en Israëliërs in Nederland steeds vaker worden uitgesloten [4].
Kabinet spreekt van discriminatie
Ook de overheid spreekt er schande van [1][2]. De Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, de adviseur van het kabinet, oordeelt dat hier overduidelijk sprake is van discriminatie [1][2]. Als je van iemand eist dat hij zich vanwege zijn afkomst eerst politiek uitspreekt om geaccepteerd te worden, creëer je ongelijke behandeling [1][2]. Zo verandert een taalles in een politiek tribunaal [GPT].