De Geïllustreerde Kunstmatige Intelligentie
zaterdag 18 jul.
economie zaterdag 18 juli 2026

De populaire starterslening helpt jonge kopers aan een huis maar drijft de prijzen juist op.

De populaire starterslening helpt jonge kopers aan een huis maar drijft de prijzen juist op.

Amersfoort, zaterdag, 18 juli 2026. Vorig jaar steeg het aantal startersleningen met 15 procent. Experts waarschuwen: dit extra geld drijft de huizenprijzen op, waardoor uiteindelijk vooral de verkoper profiteert.

De lokroep van extra leengeld

Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) had een druk jaar in 2025. Maar liefst 8.132 starters gebruikten vorig jaar een starterslening om hun eerste woning te kopen [1][2]. Dat is een stijging van 15 procent vergeleken met het jaar 2024 [1][2]. Gemiddeld leent de jonge koper – vaak een single van gemiddeld 27,6 jaar oud [2] – zo’n 36.000 euro extra [2]. Dat klinkt als een mooie oplossing om het gat met de hoge huizenprijs te dichten [2]. De eerste drie jaar betaal je geen cent rente of aflossing [2]. Maar pas op: de schuld verdwijnt niet en loopt in het begin juist op door een gekoppelde combinatielening [2].

De verkoper lacht het hardst

In totaal kochten in 2025 zo’n 120.000 starters een woning [1]. Slechts 7 procent daarvan gebruikte deze lening [1]. Dat betekent dat 111868 starters het destijds helemaal zelf moesten rooien. En juist die groep heeft het zwaar. Hypotheekexpert Oscar Noorlag waarschuwt dat de huizenprijzen harder stijgen in gemeenten die de lening aanbieden [1]. De extra koopkracht drijft de biedingen op. De winst belandt dus direct in de zak van de verkoper [1]. Huurders betalen ook de tol. Door een golf van verkoop van huurwoningen daalde het huuraanbod vorig jaar met 38 procent, waardoor de huurprijzen met bijna 10 procent stegen [1].

Bouwen is de enige echte oplossing

De regels verschillen enorm per gemeente. Oost Gelre stelt de lening bijvoorbeeld alleen beschikbaar voor woningen tot 384.000 euro [3]. Maar lossen we hiermee de woningnood op? Hans Koster, hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, schudt zijn hoofd [1]. Meer leenruimte zorgt volgens hem alleen voor grotere risico’s op een restschuld bij een prijsdaling [1]. “Echte betaalbaarheid komt door te bouwen op de juiste plek,” stelt Koster [1]. Extra leengeld verdeelt de schaarse huizen alleen anders, maar lost het tekort niet op [1].

Bronnen