Ruim honderd erfgenamen dreigen hun Rotterdamse lapje grond nu kwijt te raken aan de Staat.

Rotterdam, zondag, 27 september 2026. Oma Schaaij overleed in 1955. Omdat niemand haar grond binnen twintig jaar opeiste, claimt de Staat nu de eigendom. De erfgenamen blijven verbijsterd en met lege handen achter.
Rotterdamse zoektocht eindigt in juridische koude douche
In Rotterdam-Zuid dachten ruim honderd erfgenamen van Wilhelmina Fokkolina Meppelder, beter bekend als ‘oma Schaaij’, eindelijk beet te hebben [1][2]. De gemeente Rotterdam spoorde de familieleden in 2025 en 2026 met veel moeite op voor een vergeten perceel grond van 144 vierkante meter aan de Hilledijk in de Tweebosbuurt [1][2]. Dit lapje grond is namelijk hard nodig voor de grootschalige herontwikkeling van de wijk [1][2]. Oma Schaaij overleed in 1955 op 102-jarige leeftijd, inmiddels 71 jaar geleden [1][2]. Na een speciale bijeenkomst voor de tientallen nazaten in juli 2026 leek de afhandeling van de grond bijna in kannen en kruiken [1][2].
De Staat kaapt de grond weg met de wet in de hand
De vreugde van de familie was echter van korte duur. Op 26 september 2026 meldde het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) zich plotseling bij de gemeente met een claim op het perceel [2]. Volgens artikel 4:226 van het Burgerlijk Wetboek vervalt een nalatenschap aan de Staat als deze niet binnen twintig jaar na het overlijden van de eigenaar is opgeëist [1][2]. Omdat de grond na 1955 decennialang onbeheerd bleef, ligt de claim van de overheid nu op tafel [1][2]. De gemeente Rotterdam heeft de onteigeningsprocedure en de geplande biedingsbrieven aan de erfgenamen daarom per direct opgeschort [1][2].
Verbijstering en roep om een coulancegebaar
De erfgenamen reageren verbijsterd en met de nodige Rotterdamse nuchtheid op deze plotselinge wending. Achterkleindochter Anita Schaaij noemt de actie van de Staat een “bijzondere afslag” [1][2]. Achterkleinzoon Sjaak van der Stoel vraagt zich hardop af waarom de juristen van de gemeente dit niet eerder zagen aankomen: “Rotterdam is toch geen dorp van twintig huizen” [1][2]. Hij stelt voor dat de overheid een coulancegebaar maakt om de nabestaanden tegemoet te komen en het proces te versnellen [1][2]. Het RVB benadrukt dat het hen puur om een correcte procedure gaat en dat zij niemand zomaar een erfdeel willen onthouden [1][2].