IJsland stemt in een historisch spannend referendum over een eventuele terugkeer naar de Europese Unie.

Reykjavik, zondag, 30 augustus 2026. Met slechts 435 stemmen verschil ligt het ’nee’-kamp nipt voor. Vooral de angst om de eigen visgronden te verliezen aan Brussel verdeelt de IJslanders tot op het bot.
IJsland houdt de adem in na historisch referendum
In IJsland is de spanning opgelopen tot het kookpunt [1]. Na eerdere speculaties over een mogelijke terugkeer naar de Europese onderhandelingstafel [6], stemde de eilandnatie op zaterdag 29 augustus 2026 in een historisch referendum [2]. Vandaag, op zondag 30 augustus 2026, kruipen de stemmen tergend langzaam binnen [3]. Het ’nee’-kamp heeft een flinterdunne voorsprong genomen met 50,1 procent tegenover 49,9 procent voor het ‘ja’-kamp [1]. Slechts 435 stemmen splitsen de twee kampen op een totaal van ruim 153.000 getelde stemmen [4]. Voor ons in Nederland is deze stemming uiterst relevant. Een IJslandse toetreding zou de Europese markt en de visserijregels flink opschudden, wat directe gevolgen heeft voor onze eigen vissers en de vis op ons bord [1][4].
Strijd om de visgronden en geopolitieke druk
Waarom zijn de IJslanders zo verdeeld? Het antwoord zwemt in de zee. De visserijsector is goed voor 10 procent van het IJslandse bbp en maar liefst 40 procent van de totale export [1]. Veel IJslanders vrezen dat ze de controle over hun lucratieve visgronden kwijtraken aan het strenge Europese visserijbeleid [4]. Ook de omstreden walvisjacht, die IJsland als enige in de EU-regio toestaat, ligt gevoelig in Brussel [1]. Toch wilde de centrumlinkse premier Kristrún Frostadóttir de gesprekken juist heropenen [1][4]. Zij wijst op de toenemende geopolitieke spanningen in de regio, waaronder Amerikaanse druk op buureiland Groenland en Russische marine-activiteiten [4].
De dure kroon versus de euro
Ook de portemonnee spreekt een hartig woordje mee. De IJslandse centrale bankrente staat momenteel op een torenhoge 8,00 procent, terwijl de Europese Centrale Bank het houdt op 2,25 procent [2][3]. Dat is een fors renteverschil van 5.75 procentpunt, wat zorgt voor loodzware hypotheeklasten voor de IJslanders [2][3]. Toetreding zou de weg vrijmaken voor de stabiele euro [4]. Politicoloog Hafsteinn Einarsson verwacht echter dat het ‘ja’-kamp deze achterstand niet meer inhaalt [1]. De nog niet getelde stemmen en poststemmen komen namelijk vooral uit de conservatieve, landelijke gebieden waar het ’nee’-kamp ijzersterk staat [1]. De definitieve uitslag wordt later vandaag verwacht [2][5].