China overspoelt onze industrie met spotgoedkope hightech en dat doet nu flink pijn.

Amsterdam, zondag, 13 september 2026. Chinese staatssteun bedreigt de Nederlandse industrie. Niet alleen kleding, maar ook onze batterijen en chemie verliezen de strijd. Brussel probeert nu met nieuwe inkoopregels terug te vechten.
De genadeslag voor de Nederlandse fabriek
De Nederlandse industrie krijgt flinke klappen uit het oosten. Chinese bedrijven dumpen met gulle staatssteun spotgoedkope goederen op de Europese markt [2][6]. FME-voorzitter Theo Henrar waarschuwde op 12 september 2026 dat de binnenlandse industrie hiermee simpelweg wordt kapotgemaakt [2]. Waar de pijn voorheen vooral voelbaar was bij goedkope kleding en speelgoed, trillen nu ook de Europese batterij- en chemiesectoren op hun grondvesten [1]. In buurland Duitsland ervaart in 2026 inmiddels 83 procent van de bedrijven zware concurrentiedruk, vergeleken met 75 procent in 2025 [1] — een stijging van 10.667 procent. Chinese fabrikanten domineren bovendien de wereldwijde batterijproductie met een marktaandeel van ruim 70 procent [4]. Dat is leuk voor de consument die een goedkope accu zoekt, maar een drama voor de Nederlandse werkgelegenheid [1][GPT].
Het gevaar van de Chinese monopolies
Raboresearch-economen Lize Nauta en Wouter Remmen waarschuwen voor de bittere keerzijde van deze goedkope import [1]. Wanneer de binnenlandse productie verdwijnt, wordt Nederland volledig afhankelijk van één enkele speler [1]. China behaalde in 2025 al een recordhandelsoverschot van circa 1,2 biljoen dollar [1]. Mocht Peking besluiten om de export van cruciale grondstoffen of chemische producten stop te zetten, dan ligt de Nederlandse productie direct stil [1]. Het grote probleem is dat er momenteel simpelweg geen Europese alternatieven voorhanden zijn om dit op te vangen [1]. Hierdoor ontstaat een reëel risico op economische chantage [1].
Brussel deelt eindelijk speldenprikken uit
Europa weigert lijdzaam toe te zien en probeert nu terug te vechten [5]. Eurocommissaris Stéphane Séjourné presenteerde onlangs een wetsvoorstel om de regels voor overheidsaanbestedingen drastisch te herzien [3]. Voortaan moet minimaal 30 procent van de gunningscriteria bestaan uit kwaliteit, duurzaamheid en veiligheid, in plaats van alleen de laagste prijs [3]. Dit maakt het makkelijker om goedkope, door de Chinese staat gesubsidieerde partijen te weren bij de bouw van kritieke infrastructuur [3]. Deze administratieve versimpeling moet overheden daarnaast jaarlijks zo’n 1 miljoen euro aan bureaucreatie besparen [3]. De vraag blijft of deze maatregelen nog op tijd komen om het tij te keren [5].