Deze Somalische vrouw wil dolgraag scheiden, maar de Nederlandse rechter zegt dat ze nooit is getrouwd.

Nederland, zondag, 9 augustus 2026. Een Somalische vrouw kan in Nederland niet scheiden. Ze trouwde op haar veertiende. De rechter oordeelt nu dat dit huwelijk ongeldig is. Geen huwelijk betekent dus ook geen scheiding.
Geen huwelijk, dus ook geen scheiding in Rotterdam
In de regio Rotterdam heeft de rechtbank een opmerkelijke streep gezet door een echtscheidingsverzoek [1][2]. Een Somalische vrouw probeerde al sinds augustus 2024 officieel te scheiden van haar partner [1][2]. Het stel trouwde in 1996 in de Somalische havenstad Marka [1][2]. Er is echter een groot juridisch probleem: de vrouw was destijds pas veertien jaar oud [1][2]. Zowel de Nederlandse wet als de Somalische wet stelt de minimumleeftijd voor een huwelijk op achttien jaar [1][2]. De rechtbank in Rotterdam oordeelde rond 8 augustus 2026 dat het huwelijk daarom nooit rechtsgeldig is geweest [2]. Wie volgens de wet niet getrouwd is, kan logischerwijs ook niet scheiden [1][2].
Religieuze traditie versus de Nederlandse wet
De man en vrouw wezen op hun traditionele religieuze huwelijk [1][2]. Volgens de vrouw mogen meisjes binnen de islam vanaf negen jaar trouwen [1][2]. De Nederlandse rechter stelt zich echter onverbiddelijk op: de wet gaat altijd boven religieuze of lokale gebruiken [2]. Omdat het stel ook geen officiële huwelijksverklaring kan tonen, weigert de Nederlandse staat het huwelijk te erkennen [1][2]. Dit besluit heeft een duidelijke impact op de Nederlandse samenleving [GPT]. Het stelt een harde grens aan de acceptatie van buitenlandse kindhuwelijken en informeel-religieuze verbintenissen binnen onze rechtsorde [GPT].
Gevolgen voor de kinderen
Hoewel de formele scheiding van de baan is, moeten er wel praktische zaken geregeld worden voor hun minderjarige kinderen [1][2]. De Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht is nauw bij de kwestie betrokken [1][2]. Gelukkig is er inmiddels wel een omgangsregeling afgesproken [1][2]. De vader ziet de kinderen één weekend per twee weken en haalt ze dan op vrijdag van school [2]. Ook de vakanties en feestdagen zijn netjes verdeeld [1][2]. Zo lost de praktijk uiteindelijk op wat de wetboeken formeel niet kunnen regelen [GPT].