Duitsland gooit de benzineprijs omlaag en dat doet pijn aan de Nederlandse grens.

Arnhem, zondag, 20 september 2026. Vanaf 1 oktober verlaagt Duitsland de accijns met 17 cent. Nederlandse grenspomphouders vrezen dat hun net teruggekeerde klanten direct weer wegrennen voor goedkope benzine.
Duitse korting jaagt klanten over de grens
Duitse deelstaten en de regering in Berlijn hebben deze week een akkoord bereikt over een forse accijnsverlaging van 17 cent [1][2]. Deze nieuwe korting gaat in op 1 oktober 2026 [1][2]. Voor Nederlandse automobilisten in de grensstreek is dat natuurlijk een mooie meevaller [GPT]. Voor Gelderse tankstations is het echter een drama [1][2]. Net nu de brandstofprijzen in beide landen dichter bij elkaar lagen en de Nederlandse klanten langzaam terugkeerden naar de lokale grenspomp, jaagt deze hernieuwde prijsverlaging hen direct weer de grens over [1][2].
Geen gelijk speelveld aan de pomp
De belangenorganisatie voor Nederlandse tankstationhouders, Drive, vreest dat pomphouders aan de grens het vanaf oktober extreem zwaar krijgen [1][2]. Voorzitter Van Eijk pleit voor een snelle Nederlandse accijnsverlaging om de pijn te verzachten, al verwacht hij niet dat Den Haag snel in actie komt [1][2]. Om de situatie nog complexer te maken, wil Duitsland uiterlijk op 1 januari een prijsplafond voor benzine en diesel invoeren [1][2]. Van Eijk baalt van de lappendeken aan Europese regels en eist een gelijk speelveld op het gebied van belastingen [1][2].
Den Haag houdt de hand op de knip
Nederland weigert vooralsnog om de accijnzen te verlagen [1][2]. Premier Jetten legde afgelopen maart al uit dat een accijnsverlaging vooral gunstig is voor hogere inkomens, omdat zij simpelweg meer brandstof verbruiken [1][2]. Het kabinet steunt burgers liever gericht met een hogere belastingvrije reiskostenvergoeding [1][2]. Jetten noemt dat een uiterst effectieve maatregel [1][2]. De Gelderse pomphouders schieten daar echter niets mee op; zij zien hun omzet straks letterlijk naar de oosterburen wegstromen [1][2].