Vertrekkend rechter Jan Moors wil verwarde verdachten uit de rechtszaal.

Den Haag, donderdag, 15 oktober 2026. Rechter Jan Moors gaat na 35 jaar met pensioen. Hij ziet een zorgwekkende trend. Een kwart van alle verdachten is verward. Zij hebben zorg nodig, geen strafrechter.
Zorgwekkende cijfers in Noord-Holland
In de regio Noord-Holland luidt de rechtspraak de noodklok [1]. Rechter Jan Moors ging op 1 oktober 2026 na een carrière van 35 jaar met pensioen [1]. Als voormalig president van de rechtbank Noord-Holland ziet hij een duidelijke trend [1]. Ongeveer een kwart van alle verdachten die de rechtbank ziet, vertoont verward gedrag of heeft psychische problemen [1]. Dit heeft een directe impact op de Nederlandse samenleving [1]. Criminelen maken bovendien misbruik van deze kwetsbare en vaak jonge groep [1].
De strafrechter is geen hulpverlener
Moors behandelde in zijn loopbaan spraakmakende zaken [1]. Hij zat het proces tegen PVV-leider Geert Wilders voor en droeg in zijn laatste maanden nog een collega voor ontslag voor [1]. Ook berechtte hij een 83-jarige dementerende vrouw die haar dochter doodde uit angst voor een gedwongen opname [1]. Zij kreeg wegens de uitzonderlijke omstandigheden geen straf [1]. Volgens Moors is de strafrechtszaal simpelweg niet de juiste plek voor verwarde verdachten [1]. Deze mensen hebben acute professionele zorg nodig [1].
Verkeerd eindstation voor de zorg
Voor de maatschappij betekent deze situatie dat verwarde mensen te vaak in de strafketen belanden in plaats van in de gezondheidszorg [1]. De rechtbank fungeert nu als een verkeerd eindstation [1]. Moors benadrukt dat de maatschappij en zorginstanties sneller moeten ingrijpen om te voorkomen dat deze kwetsbare verdachten steeds opnieuw in de strafrechterlijke molen terechtkomen [1].