De Geïllustreerde Kunstmatige Intelligentie
vrijdag 09 okt.
binnenland • donderdag 8 oktober 2026

Nederlandse jongeren praten vaker over hun mentale dip maar verliezen daardoor soms hun beste vrienden.

Nederlandse jongeren praten vaker over hun mentale dip maar verliezen daardoor soms hun beste vrienden.

Hilversum, donderdag, 8 oktober 2026. Praten helpt, maar niet altijd. Een nieuw onderzoek laat zien dat één op de zes jongeren vrienden verliest door open te zijn over psychische klachten.

Praten in Hilversum en de rest van het land

HILVERSUM – In de mediastad Hilversum en ver daarbuiten schudden we het taboe rondom mentale problemen steeds verder van ons af [1][2]. Uit nieuw landelijk onderzoek van het EenVandaag Jongerenpanel en Stichting MIND blijkt dat de ervaren drempel om te praten flink is gedaald [1][3]. Vijf jaar geleden, in 2021, ervoer nog 54 procent van de jongeren een taboe [1][2]. Inmiddels is dat gedaald naar 36 procent [1][2]. Dat is een daling van 18 procentpunt. Prachtig nieuws, zou je denken. Toch heeft deze openhartigheid een scherpe rand. Maar liefst 86 procent van de 1.200 ondervraagde jongeren tussen de 16 en 34 jaar kampte het afgelopen jaar minstens twee maanden met psychische klachten [1][3]. En die verhalen delen ze massaal, soms met pijnlijke gevolgen [1][2].

Vriendschap onder druk en de opkomst van de chatbot

Openheid is gezond, maar kan vriendschappen ook kraken. Eén op de zes jongeren (16 procent) verloor daadwerkelijk vrienden door over hun mentale worstelingen te praten [1][2]. Soms trekt de zware problematiek de ander mee de afgrond in, waardoor diegene uit zelfbescherming afstand neemt [1][3]. Daarnaast zien we een opvallende digitale vluchtroute. Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) voor mentale steun is onder jongeren bijna verdrievoudigd ten opzichte van vorig jaar [1]. Dit steeg spectaculair van 10 procent in 2025 naar 28 procent in 2026 [1], een stijging van 180 procent. Een chatbot praat immers altijd terug en raakt nooit overbelast [1].

De genderkloof en de behoefte aan echt contact

Er gaapt ook een flinke genderkloof op de mentale kaart [1]. Waar 65 procent van de jonge vrouwen over haar klachten praat, doet slechts 52 procent van de jonge mannen dat [1]. Mannen (14 procent) geven zelfs bijna drie keer zo vaak als vrouwen (5 procent) aan dat ze liever helemaal geen hulp willen [1]. Toch blijft de menselijke factor onmisbaar. De meesten weigeren de robot definitief te omarmen; ze hebben nog altijd het liefst een luisterend oor van vrienden (54 procent) of ouders (49 procent) [1]. Want een echte arm om je schouder, die kan geen enkele AI-bot simuleren [GPT].

Bronnen