Een Utrechtse student is schuldig aan twee verkrachtingen, maar hij hoeft de cel niet meer in.

Utrecht, donderdag, 1 oktober 2026. Sam van Z. kreeg dertig maanden cel voor twee verkrachtingen. Omdat hij al zeven maanden vastzat en de seks met instemming begon, hoeft hij niet terug de cel in.
Geen celstraf meer na schokkende Utrechtse zedenzaak
In Utrecht en Arnhem is grote maatschappelijke verontwaardiging ontstaan na een opmerkelijke uitspraak van het gerechtshof [1][2]. De 25-jarige Sam van Z., voormalig lid van het Utrechtsch Studenten Corps, is veroordeeld voor de verkrachting van twee studentes in 2022 [2][4]. Hoewel het hof de ernstige zedenmisdrijven en het bezit en verspreiden van kinderporno bewezen acht, hoeft de man niet terug de cel in [2][3]. Het hof legde hem op donderdag 1 oktober 2026 een gevangenisstraf op van 30 maanden, waarvan maar liefst 23 maanden voorwaardelijk zijn [2][3]. Dat betekent dat exact 76.667% van zijn straf voorwaardelijk is. Omdat hij in 2023 al zeven maanden in voorarrest zat, heeft hij zijn onvoorwaardelijke celstraf al uitgezeten [2][3].
Grenzen genegeerd na aanvankelijke instemming
De details van de verkrachtingen zijn schokkend en tonen hoe grenzen volledig werden genegeerd. In september 2022 ging een slachtoffer vrijwillig met Van Z. mee naar zijn woning, maar toen zij tijdens de seks wilde stoppen, negeerde hij haar en ging hardhandig door [1][3][4]. Een tweede slachtoffer gaf vooraf duidelijk aan geen seks te willen met de woorden “Stop, ik voel me niet goed”, waarna Van Z. reageerde met “You owe me” en haar alsnog verkrachtte [2][4]. Het gerechtshof week echter af van de normale richtlijnen voor vergelijkbare zedenzaken [1][3]. De rechters wogen mee dat er in beide gevallen aanvankelijk sprake was van wederzijdse instemming of contact, wat de situatie volgens hen anders maakt dan een verkrachting waarbij direct sprake is van dwang [1][3].
Toekomst van de dader weegt zwaar
De impact op de slachtoffers is enorm, maar het hof keek nadrukkelijk ook naar de persoonlijke omstandigheden van de dader [1][3]. Van Z. moest door de zaak zijn studie in Utrecht stopzetten en verliet zijn sociale netwerk [1][4]. Mede door zijn jonge leeftijd en het advies van de reclassering besloot het hof hem niet terug naar de gevangenis te sturen [2][3]. Wel krijgt hij een meldplicht, een behandelverplichting en controle op zijn middelengebruik [1][2]. Voor de Nederlandse samenleving wakkert dit vonnis de discussie over milde straffen in zedenzaken flink aan [GPT]. Slachtoffers vragen zich af of hun veiligheid wel zwaarder weegt dan de maatschappelijke toekomst van een dader [4][GPT].