Miljarden euro's aan subsidie redden het Nederlandse natuurveen vooralsnog niet van de ondergang.

Den Haag, donderdag, 29 oktober 2026. Slechts 18 van de 173 beschermde veengebieden verkeren in goede staat. Verdroging en bureaucratie nekken de natuur, terwijl herstel de uitstoot van tienduizenden gezinnen kan besparen.
Bestuurlijk moeras rond het veen
In Den Haag en verspreid over de provincies slaat de Algemene Rekenkamer vandaag alarm [1][3][4]. Van de 173 onderzochte natuurveengebieden scoren er op deze donderdag 29 oktober 2026 slechts 18 voldoende op natuurkwaliteit [1][4]. Dat is amper 10.405 procent van het geheel. Tussen 2014 en 2023 keerde het Rijk bijna 4 miljard euro uit aan provincies via het Natuurpact [1][3], aangevuld met bijna 2 miljard euro voor de periode 2021 tot 2030 [3][4]. Toch roeien terreinbeheerders tegen de stroom in [2][3]. Voor maar liefst 131 veengebieden dreigt verdere aftakeling [1][3]. Rond de beschermde kernen botsen belangen keihard [2][4]. Boeren houden het grondwaterpeil liever laag voor hun bedrijfsvoering, terwijl wegen en nieuwbouw de overgebleven stroken opknippen [2][3][4].
Drenthe toont kansen voor klimaat
Een te lage waterstand leidt letterlijk tot verzakkingen en klimaatschade, ook bij u om de hoek [2]. Droog veen stoot namelijk CO2 uit, terwijl nat veen juist werkt als een gigantische spons en koelbox [1]. Kijk naar het Fochteloërveen bij Veenhuizen op de grens van Drenthe en Friesland [1][3]. Maatregelen tussen 2026 en 2050 kunnen daar ruim 162.700 ton CO2-uitstoot voorkomen [3]. Dat scheelt evenveel uitstoot als bijna 10.000 huishoudens in een heel jaar veroorzaken [1][3]. Gezond veen beschermt daarnaast houten paalfunderingen van woningen tegen paalrot [2]. Toch duren herstelprojecten tergend lang [3]. De aanleg van een verbindingszone van 75 hectare bij Ossenzijl begon al in 2009 en start pas eind 2027, na achttien jaar vergaderen [3].
Klok tikt door tot 2027
De druk op minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur loopt intussen snel op [3][4]. De Rekenkamer vindt dat de minister veel steviger de regie moet pakken in de overgangszones rond de natuur [3][4]. Anders sneuvelen de Europese natuurafspraken [1][3]. Nederland moet immers uiterlijk 1 september 2027 een definitief natuurherstelplan inleveren in Brussel [3]. De minister wijst zwaarder toezicht op provincies voorlopig af, al sleutelt hij wel aan een aangescherpt beleid [3]. Zonder harde keuzes over slootpeilen en beschermende schilzones blijft het dweilen met de kraan open [2][5].