Europese oliebedrijven harken miljarden binnen aan de pomp dankzij de oorlog in Iran.

Brussel, donderdag, 29 oktober 2026. Europese olieconcerns boekten sinds maart 36 miljard euro aan overwinsten. Vooral dieselrijders betalen de rekening: raffinaderijen vangen tot 25 cent extra marge per liter brandstof.
kassa rinkelt aan de pomp
De kassa rinkelt luid bij de grote oliereuzen sinds de Amerikaanse aanval op Iran eind februari 2026 [2]. Tussen 1 maart 2026 en 19 oktober 2026 haalden oliebedrijven in de Europese Unie 35,9 miljard euro aan overwinst binnen [1]. Dieselrijders voelen de hardste klappen. Van de totale berg extra winst kwam maar liefst 28,2 miljard euro uit diesel en 7,7 miljard euro uit benzine [1]. Aan de pomp betaalde de Europese automobilist gemiddeld 22,7 cent per liter diesel bovenop de stijging van de ruwe olieprijs [2]. In Nederland pakten oliemaatschappijen 24,4 cent per liter extra winst op diesel [2]. In België streek de sector zelfs 25 cent per liter op [1]. Bedrijven als Shell, BP, Saudi Aramco, ExxonMobil en TotalEnergies zagen hun winsten exploderen of verdubbelen [1][2]. Volgens Greenpeace dienen de gevechten en de blokkade van de Straat van Hormuz simpelweg als dekmantel om forse marges af te dwingen [1][2].
rekening rechtstreeks naar de burger
De economische schokgolven raken de gewone burger rechtstreeks in de portemonnee [1][4]. De Europese Centrale Bank en Greenpeace zagen de inflatie in de eurozone omhoogschieten van 1,7 procent in januari 2026 naar 3,2 procent in augustus 2026 [4][5]. Die stijging van 1.5 procentpunt kwam volledig op het conto van energieprijzen [4][5]. Zonder de oorlog was de inflatie blijven steken op 2,2 procent [4][5]. De consument betaalt dus tweemaal: een recordbedrag bij het tankstation en hogere prijzen in de supermarkt [1][4]. Een doorsnee gezin ziet honderden euro’s extra verdampen per jaar [1]. Terwijl benzineslikkers bloeden, bleef de schade voor een Duits huishouden met warmtepomp, elektrische auto en zonnepanelen beperkt tot een inflatie van 1,5 procent in plaats van 2,5 procent [4][5].
roep om crisisbelasting klinkt luider
Milieuorganisatie Greenpeace eist daarom een stevige belasting op deze ‘oorlogswinsten’ [1]. Het idee is simpel: laat de vervuiler betalen en verlaag daarmee de energierekening van burgers [1][2]. De ministers van Financiën van Duitsland, Spanje, Italië, Portugal, Oostenrijk en Polen vroegen al om een centrale Europese aanpak [1]. De Europese Commissie schuift de hete aardappel echter door naar de individuele lidstaten [1]. België experimenteerde tussen 1 januari 2022 en 31 december 2023 al met een nationale overwinstbelasting tijdens de Oekraïnecrisis [1]. Voorlopig blijft een Europees vervolg uit [alert! ‘Europese Unie heeft nog geen definitief besluit genomen over een hernieuwde verplichte uniebrede overwinstbelasting’]. De olieconcerns behouden hun miljardenbuit [1][2].