Dronken schoolbedreiger uit Oisterwijk ontloopt extra straf bij het gerechtshof.

Oisterwijk, donderdag, 29 oktober 2026. Het gerechtshof legt een 22-jarige man geen extra celstraf op voor een bomdreiging op een basisschool in 2023. De dader handelde stomdronken en toont geen enkel terroristisch motief.
Ochtendpaniek in Oisterwijk
De Brabantse gemeente Oisterwijk beleefde op 14 november 2023 een gitzwarte ochtend [1][2]. Een destijds 20-jarige inwoner liep rond 08:00 uur basisschool De Coppele aan de Willem de Zwijgerlaan binnen [1][2][7]. De lessen waren nog niet begonnen [1]. Wel zaten er al medewerkers en tien peuters in de voorschoolse opvang van het pand [2][7]. De man stapte een klaslokaal in en bedreigde twee leerkrachten [1][2]. Hij riep dat hij een bom en een vuurwapen bij zich had [1][2]. Ook scandeerde hij kreten als “Allahu akbar”, “kill, kill” en sprak hij over terrorisme [1][2]. De politie rukte massaal uit met de Dienst Speciale Interventies en arresteerde de dader later die ochtend [2][7]. Explosievenexperts vonden gelukkig niets gevaarlijks [7]. Voor ouders en buurtbewoners betekende dit urenlange doodsangst en ontruimingen naar een nabijgelegen sporthal [1][7].
Hof ziet impulsieve drankactie zonder extremisme
De rechtbank legde de man in 2024 nog achttien maanden cel op, waarvan de helft voorwaardelijk met strikte voorwaarden [1][2]. Omgerekend zat de man al 9 maanden onvoorwaardelijk achter de tralies [1][2]. Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch oordeelde deze week op 27 oktober 2026 echter milder in het hoger beroep [2][6]. Deskundigen stelden vast dat de dader zwaar verslaafd was en handelde in een stomdronken roes [1][2]. Van enig islamitisch extremisme of een vooropgezet terroristisch complot bleek geen sprake te zijn [1][2]. Hij handelde impulsief en dacht stompzinnig genoeg grappig te zijn [1][7]. De rechters vinden een nieuwe straf daarom niet passend [1][2].
Herstel telt zwaarder dan extra celstraf
De dader liet de fles en joints inmiddels staan en volgde een klinische behandeling van tien maanden [2][6]. Reclassering begeleidt hem al meer dan twee jaar intensief en hij werkt via het UWV aan zijn terugkeer in de maatschappij [1][2]. Het hof schrapte daarom het voorwaardelijke strafdeel en hield het bij de reeds uitgezeten negen maanden cel [1][2]. Voor de Nederlandse samenleving toont dit vonnis de constante afweging van de rechtspraak: keihard vergelden of herhaling voorkomen door verslavingszorg te belonen [1][2][6]. De man heeft zijn straf gehad en hoeft niet opnieuw de cel in [1][2].