Kamerleden zijn kritisch op zichzelf: 'We gebruiken te veel moties en vragen'

Den Haag, donderdag, 10 september 2026. Uit het Parlementsonderzoek 2025 blijkt dat Kamerleden kritisch zijn op hun eigen functioneren. Hoewel ze hun instrumenten effectief vinden, maken ze in de praktijk te vaak gebruik van moties en schriftelijke vragen.
Kritische spiegel voor de politiek
Op dinsdag 8 september 2026 namen Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos [3] en Tweede Kamerondervoorzitter Wieke Paulusma (D66) [4] het rapport in ontvangst [1]. Dit rapport is de achtste editie van een onderzoek van de Universiteit Leiden dat al sinds 1968 loopt [1]. Dit keer deden 41 senatoren en 58 Tweede Kamerleden mee aan de interviews [1]. De conclusie is helder: Kamerleden vinden hun instrumenten effectief, maar ze verdrinken in hun eigen papierwerk [1]. De overvloed aan moties en schriftelijke vragen zorgt voor een oververhit systeem waarin de waan van de dag regeert [1][GPT].
Waarom de burger dit merkt
Volgens onderzoeksleider Rick van Well helpt dit rapport burgers om hun volksvertegenwoordigers beter te begrijpen [1]. Paulusma vindt de kritische blik passend, zeker omdat het rapport verschijnt tijdens de Week van de Rechtsstaat [1]. Voor de burger betekent dit hopelijk betere wetgeving [GPT]. Als Kamerleden minder tijd besteden aan symboolpolitiek en onnodige vragen, blijft er namelijk meer tijd over voor grondige controle van het kabinetsbeleid [1][GPT]. Vos ziet ook internationale kansen: de resultaten maken het makkelijker om ons parlement te vergelijken met buitenlandse democratieën [1].