Het Amsterdamse OLVG-ziekenhuis start een gevoelige proef met late abortussen.

Amsterdam, dinsdag, 14 juli 2026. Het OLVG-ziekenhuis start een proef met abortussen tot 24 weken. Deze ingreep is gewoon legaal. Toch gebeurt het in Nederland bijna nooit. Vier kwetsbare vrouwen krijgen nu hulp.
Amsterdams initiatief doorbreekt medische stilte
In Amsterdam luidt het OLVG-ziekenhuis een nieuwe fase in met een uiterst gevoelige proef [1]. Het ziekenhuis start een pilot voor het afbreken van vier zwangerschappen tussen de 22ste en 24ste week op basis van een sociale indicatie [1]. Hoewel de wet deze late ingreep tot 24 weken gewoon toestaat, weigeren Nederlandse ziekenhuizen dit in de praktijk bijna altijd [1]. Dit zorgt voor een pijnlijk gat tussen de wet en de werkelijkheid [1]. In 2021 vroeg de Inspectie Gezondheid en Jeugd al om een oplossing voor dit probleem [1]. Nu springt het OLVG dus in dit diepe gat [1]. Het gaat om een kleine groep vrouwen in een uiterst kwetsbare situatie, die anders vaak gedwongen naar het buitenland moeten uitwijken [1].
Harde cijfers en ethische worstelingen
Laten we naar de harde cijfers kijken. In 2024 vonden er in Nederland in totaal 39.000 abortussen plaats [1]. Slechts 331 daarvan gebeurden tussen de 22ste en 24ste week [1], wat neerkomt op slechts 0.849 procent van het totaal. De gynaecologenvereniging NVOG schat dat 225 van deze late ingrepen geen medische, maar een sociale reden hadden [1]. Ter vergelijking: in datzelfde jaar werden er in ons land 166.100 baby’s geboren [2]. Een late abortus is medisch en ethisch heel complex. De NVOG concludeerde in februari 2026 dat de ingreep een “aanzienlijke zorgzwaarte” met zich meebrengt voor het personeel [1]. Ethicus Stef Groenewoud merkt scherp op dat abortussen op een verlosafdeling haaks staan op de reden waarom mensen in de zorg gaan werken [1]. Toch vindt de NVOG dat de huidige zorg tekortschiet [1].
Haagse ophef en de toekomst van de zorg
Deze Amsterdamse proef blijft niet onopgemerkt in politiek Den Haag. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kreeg op 1 juni 2026 officieel bericht over de proef [1]. Volgens het ministerie verbetert dit de toegankelijkheid van de zorg [1]. Maar niet iedereen reageert enthousiast. SGP-Kamerlid Diederik van Dijk eist opheldering van minister Sophie Hermans [1]. Hij vraagt zich hardop af hoe het kan dat de Tweede Kamer van niets wist [1]. Terwijl andere ziekenhuizen voorzichtig onderzoeken of zij ook gaan meedoen [1][alert! ‘status van deelname van andere ziekenhuizen is momenteel onbekend’], ligt de politieke druk er nu vol op.