Reisreus Booking.com sleept eigen personeel voor de rechter om verplichte kantoordagen.

Amsterdam, dinsdag, 6 oktober 2026. Booking.com wil dat 7000 werknemers verplicht naar kantoor komen. De ondernemingsraad weigert. Nu vecht een reisbureau, dat anderen helpt te vertrekken, bij de rechter om de eigen werkplek.
De grote kantoorstrijd in Amsterdam
Vandaag, dinsdag 6 oktober 2026, staan Booking.com en de eigen ondernemingsraad tegenover elkaar in de Amsterdamse rechtbank [1][2]. De inzet? Een verplichte terugkeer naar de kantoortuin [1][2]. De reisgigant wil dat de zevenduizend medewerkers van het hoofdkantoor minimaal twee tot drie dagen per week fysiek komen opdraven [1][2]. Sinds het einde van de coronapandemie in 2022 geldt er wel een advies om veertig procent van de tijd op kantoor te werken, maar veel werknemers werken nog vrijwel volledig thuis [2][3]. Booking.com baalt hiervan [1][2]. Volgens het bedrijf versnippert de samenwerking en is een strakkere lijn nodig om de concurrentie, waaronder nieuwe AI-spelers, het hoofd te bieden [1][2].
Geen businesscase voor verplichting
De ondernemingsraad weigert echter akkoord te gaan en stelt dat een harde verplichting nergens voor nodig is [2][3]. Volgens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft de raad instemmingsrecht bij veranderingen in de arbeidsomstandigheden [1][2]. De directie probeert deze weigering nu via de rechter te passeren [2]. Opvallend is dat het financieel uitstekend gaat met de reismultinationaal; over het jaar 2025 steeg de nettowinst met 5 procent naar maar liefst 6,3 miljard euro [4]. De winst van het jaar daarvoor lag dus op 6 miljard euro [4]. Volgens de ondernemingsraad ontbreekt dan ook elke zakelijke noodzaak om werknemers hun flexibiliteit af te pakken [3].
Gevolgen voor werkend Nederland
Deze zaak is belangrijker dan alleen een ruzie op een Amsterdams hoofdkantoor [2]. Als de rechter Booking.com gelijk geeft, krijgen werkgevers in heel Nederland veel meer ruimte om vrijblijvende thuiswerkadviezen om te zetten in dwingende regels [2]. In 2025 gaf een rechter de werknemers van een elektronicabedrijf nog gelijk; toen wogen reiskosten en de balans tussen werk en privé zwaarder dan de productiviteitseisen van de baas [2]. De rechter doet over drie weken uitspraak [1]. Tot die tijd kunnen werknemers voorlopig nog even thuis de was opvouwen tussen de online vergaderingen door [5].