Chemiepark Chemelot lanceert een gigantisch reddingsplan van 1,7 miljard euro.

Geleen, dinsdag, 21 juli 2026. Chemelot wankelt door hoge energiekosten en Aziatische concurrentie. Het Limburgse chemiepark, essentieel voor kogelwerende vesten, presenteerde gisteren een miljardenplan om te verduurzamen en te overleven.
Hoge gasprijzen en een pijnlijk domino-effect
Chemelot in Geleen zit diep in de nesten door torenhoge energiekosten en moordende Aziatische concurrentie [1]. Sinds 2020 is de gasprijs met een factor tien gestegen [1]. Chemiebedrijven Sabic en OCI verkochten al fabrieken, terwijl Fibrant drie productielocaties sloot [1]. Dat raakt ons direct. Zonder dit park hebben we straks geen fietsen, helmen of sportkleding meer [1]. Zelfs onze defensie wankelt zonder hun vezels voor kogelwerende vesten [1]. Valt er één schakel om, dan volgt een pijnlijk domino-effect voor de hele markt [1]. Gelukkig gaf de Europese Commissie op 17 juli 2026 wat ademruimte door de verduurzamingstermijnen te verruimen [1].
Een miljardenplan op de Limburgse tekentafel
Om het tij te keren, presenteerde het chemiepark gisteren, op maandag 20 juli 2026, een ambitieus investeringsplan van 1,7 miljard euro [2]. De bedrijven lappen zelf 80 tot 85 procent van deze kosten [2]. Dat komt neer op een eigen bijdrage van 1.36 tot 1.445 miljard euro. Daarnaast vragen ze 150 miljoen euro aan maatwerksteun van de overheid [2]. Hiermee willen ze de concurrentiepositie en 8500 banen redden [1][2]. Drie projecten trekken de kar: RWE FUREC voor circulaire waterstof, Reju voor de recycling van polyester, en AnQore dat de lachgasuitstoot met 92 tot 98 procent wil verminderen [2].
Stroominfarct belemmert de groene droom
Toch is de weg naar een groene toekomst hobbelig. Chemelot wil dolgraag overstappen op elektriciteit, maar het overbelaste stroomnet gooit roet in het eten [1]. De investeringen moeten jaarlijks 280 tot 310 miljoen euro opleveren en de CO2-uitstoot met 1 miljoen ton verlagen [2]. Andere plannen omvatten een vanadiuminstallatie van ARLANXEO en de elektrificatie van een SABIC-stoomturbine [2]. Voor de consument is de keuze simpel: betalen voor duurzame Europese producten, of afhankelijk worden van vervuilende import [1]. In het najaar van 2026 moet de definitieve routekaart op tafel liggen [2].