Israël zet Nederlandse diplomaten buiten spel op de Westelijke Jordaanoever.

Ramallah, dinsdag, 20 oktober 2026. Israël pakt de accreditatie van Nederlandse diplomaten af na een Nederlands importverbod. Onze vertegenwoordiging in Ramallah ligt stil. Den Haag reageert opvallend tam op deze sanctie.
Vertegenwoordiging in Ramallah verlamd
Israël trok op 11 oktober 2026 de diplomatieke status in van acht Nederlandse diplomaten in Ramallah [3]. Deze sanctie volgt op het Nederlandse importverbod voor goederen uit illegale nederzettingen [3]. Door het besluit is de Nederlandse post op de Westelijke Jordaanoever feitelijk verlamd [1][2]. Enkel lokaal personeel bemant de kantoren nog [1][2]. Voor burgers en hulporganisaties belemmert dit de ondersteuning en het zicht op projecten in de Palestijnse gebieden ernstig [1].
Milde reactie vanuit Den Haag
Minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen noemt de actie “onnodig” en spreekt van een “betreurde” stap [1][2][3]. Berendsen ontbood de Israëlische ambassadeur niet persoonlijk, maar liet het gesprek over aan een ambtenaar [1][2]. Den Haag neemt vooralsnog geen tegenmaatregelen [1][2]. Israëlische diplomaten in Nederland behouden hun accreditatie [1][2]. Oud-diplomaat Berber van der Woude hekelt deze houding. Zij stelt dat Nederland bij de eerste de beste druk de diplomatieke banden met de Palestijnen laat vallen [1][2].
Een terugkerend patroon
Het incident staat niet op zichzelf. In mei 2025 kwamen Nederlandse diplomaten onder vuur bij Jenin [1][2]. In augustus 2025 bekogelden kolonisten een Nederlands konvooi bij Nablus met stenen [1][2]. Nederland vroeg destijds enkel om opheldering [1][2]. Daarnaast eist de regering geen schadevergoeding voor vernielde, door Nederland gefinancierde projecten [1][2]. De Europese schade in de regio bedraagt minstens 150 miljoen euro, maar Den Haag houdt de precieze Nederlandse schadecijfers vertrouwelijk [2].