Marco van Basten kapt definitief met voetbal omdat kijken naar Ajax te veel pijn doet.

Amsterdam, dinsdag, 25 augustus 2026. De oud-spits keert nooit meer terug. Kijken naar zijn oude club Ajax doet hem te veel pijn. Hij richt zich nu op andere sporten.
Pijn in het Amsterdamse hart
Marco van Basten is er helemaal klaar mee. Vandaag, dinsdag 25 augustus 2026, liet de legendarische oud-spits bij radiozender JOE in de Coen & Sander Show weten dat hij de voetbalwereld definitief achter zich laat [1][2]. Geen analyses meer op tv en al helemaal geen rentree als trainer [1][2]. Waarom? Kijken naar zijn geliefde Ajax doet hem simpelweg te veel pijn [1][2]. De aanhoudende sportieve malaise in Amsterdam is volgens hem verschrikkelijk om aan te zien [1][2]. Terwijl hij geniet van de goede prestaties van Feyenoord en PSV, bezorgt het huidige Ajax hem louter frustratie [1][2]. Hij kijkt voortaan liever vanaf een gezonde afstand toe [1][2].
Geen buitenlandse bondscoach en geen rentree
De directe aanleiding voor zijn duidelijke taal was de presentatie van de Spanjaard Xavi als de nieuwe bondscoach van het Nederlands elftal [1][2]. Sinds de jaren zeventig had Oranje geen buitenlandse trainer meer, en dat zint Van Basten allerminst [1][3]. ‘Dat moeten we in Nederland toch wel kunnen produceren’, bromde de oud-bondscoach, die zelf tussen 2004 en 2008 aan het roer stond van het nationale elftal [1][2]. Maar zelf de kar weer trekken? Geen denken aan [1][2]. Hij gaat lekker andere dingen doen en werd gisteren bijvoorbeeld nog erg blij van de prestaties van Max Verstappen [2][3].
Focus op andere dingen
Dat Van Basten afstand neemt van de voetballerij is een bewuste keuze. In januari 2026 legde hij zijn werk als analist bij Ziggo Sport al stil vanwege de ernstige ziekte van zijn vrouw [2]. Wie toch nog een flinke dosis ‘San Marco’ wil consumeren, hoeft niet te wanhopen. Vanaf 4 september 2026 is zijn levensverhaal te zien in de nieuwe serie BASTA op Videoland [1]. Maar live op de tribune of langs de lijn zullen we hem voorlopig dus niet meer tegenkomen [1][2].