Flexwerkers krijgen eindelijk zekerheid nu de senaat het nulurencontract definitief verbiedt.

Den Haag, dinsdag, 7 juli 2026. Vanaf 2028 verdwijnt het nulurencontract definitief. Werkgevers moeten voortaan drie jaar wachten voor een nieuw tijdelijk contract. De senaat nam de wet vandaag aan.
Einde aan het nulurencontract
Nederland is Europees kampioen flexwerken; maar liefst drie op de tien werknemers (oftewel 30% [3]) hebben een flexibel contract. Dat gaat nu drastisch veranderen. Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (D66) wil met deze wet de misstanden op de arbeidsmarkt aanpakken [1][3]. De bekende nulurencontracten maken vanaf 1 januari 2028 plaats voor zogeheten bandbreedtecontracten [3]. Hierbij mag het verschil tussen de minimale en maximale uren nog maar dertig procent zijn [3]. Scholieren, studenten en AOW-gerechtigden hoeven zich overigens geen zorgen te maken; voor hun bijbanen gelden uitzonderingen [3].
Geen draaideur meer voor uitzendkrachten
Ook de beruchte draaideurconstructies gaan op de schop. Nu mag een werkgever iemand na drie tijdelijke contracten al na zes maanden weer een nieuw tijdelijk contract aanbieden [1][3]. Die verplichte tussenpauze wordt opgerekt naar drie jaar [1][3]. Uitzendkrachten krijgen bovendien al sneller goed nieuws. Vanaf 31 december 2026 hebben zij wettelijk recht op exact dezelfde arbeidsvoorwaarden als hun vaste collega’s [3]. De minister krijgt daarnaast de macht om in te grijpen bij structurele onderbetaling in de uitzendsector [3]. Dit moet de machtsbalans tussen baas en werknemer herstellen [1].
Haagse strijd en Europese miljoenen
Het was een flinke politieke strijd in de Eerste Kamer. Vooral rechtse partijen uitten hun zorgen over de toenemende regeldruk voor ondernemers [1]. Uiteindelijk stemde een brede coalitie van onder andere GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, D66, SP en de PvdD voor het voorstel [2]. Deze wet is niet alleen goed voor de flexwerker, maar ook voor de schatkist. De hervorming is namelijk een harde voorwaarde van de Europese Commissie [1]. Zonder deze wet loopt Nederland een slordige 600 miljoen euro mis uit het Europese herstel- en veerkrachtfonds [1]. De basis voor deze wet werd al in 2020 gelegd door de commissie-Borstlap [1][3].