ontslag na 21 jaar dienst blijkt onterecht door onverwachte diagnose.

Arnhem, woensdag, 28 oktober 2026. Een autoverhuurder ontsloeg een medewerker op staande voet na een vechtpartij. De man bleek echter bloedkanker te hebben. Die ziekte veroorzaakte vermoedelijk een black-out. De rechter vernietigde het ontslag.
vechtpartij op de werkvloer
Het conflict speelde zich af bij Diks Autoverhuur in de regio Amsterdam, een bedrijf met veertien vestigingen en bijna 1500 huurwagens [1][2][3][GPT]. Op 6 mei 2026 liep een woordenwisseling tussen collega’s volledig uit de hand [2][3]. Een 63-jarige medewerker sloeg een collega met een tablet in het gezicht [1][2][3]. Die collega deelde vervolgens meerdere vuistslagen uit [1][2][3]. De werkgever schorste de man direct op 7 mei 2026 en gaf hem op 16 mei 2026 ontslag op staande voet [1][2][3]. De andere betrokkene kwam er vanaf met een officiële waarschuwing [1][2][3]. Een opmerkelijk verschil in aanpak binnen hetzelfde bedrijf [2][3].
medische verklaring voor bizar gedrag
De ontslagen man herinnerde zich niets en sprak van een black-out [1][2][3]. Hij werkte al sinds zijn 42ste, precies 21 jaar, zonder problemen voor de verhuurder [1][3]. Kort na het incident bracht een bezoek aan de huisarts de werkelijke oorzaak aan het licht: de werknemer lijdt aan bloedkanker [1][2][3]. Volgens de arts verklaart deze ernstige aandoening zijn extreme vermoeidheid en het plotselinge geheugenverlies tijdens de aanvaring [1][2][3]. Een plotselinge medische noodsituatie kan iedereen op de werkvloer overkomen en verklaart soms volkomen onaangepast gedrag [GPT].
rechter tikt werkgever op de vingers
De kantonrechter oordeelde rond 27 oktober 2026 dat het ontslag op staande voet veel te zwaar is [1][3]. Diks Autoverhuur hield geen rekening met de ziekte en het vlekkeloze verleden van de trouwe kracht [1][2][3]. De verhuurder eiste vergeefs een schadevergoeding van bijna 5000 euro [1][2][3]. Het bedrijf moet nu het achterstallige bruto maandsalaris van ruim 3000 euro nabetalen, inclusief rente, proceskosten van 1274 euro en een wettelijke verhoging tot maximaal 10 procent, berekend als 300 euro [1][2][3]. Deze uitspraak beschermt werknemers nadrukkelijk tegen overhaaste beslissingen van werkgevers bij medische incidenten [GPT].