Lil Kleine verliest tonnenzaak van zijn ex-manager en stapt direct naar het gerechtshof.

Amsterdam, woensdag, 28 oktober 2026. De rechter stelt Nathan Moszkowicz vandaag in het gelijk. De ex-manager behoudt 450.000 euro commissie over een geklapte platendeal. Lil Kleine eiste dat geld tevergeefs terug.
Gepeperde rekening na geklapte platendeal
Jorik Scholten, beter bekend als rapper Lil Kleine, kreeg woensdag 28 oktober 2026 keihard nul op het rekest bij de rechtbank in Amsterdam [4][GPT]. De 32-jarige artiest eiste circa 340.000 tot 400.000 euro terug van zijn voormalige manager Nathan Moszkowicz [1][2][4]. De ruzie draait om een megacontract uit 2021 met platenlabel Sony Music ter waarde van 3.000.000 euro [1][4]. Moszkowicz incasseerde destijds direct 15 procent vergoeding, goed voor 450000 oftewel 450.000 euro [2][4]. Kort na de deal verbrak Sony abrupt de samenwerking wegens Scholten’s aanhouding op verdenking van mishandeling van zijn toenmalige partner Jaimie Vaes [2][3]. Sony eiste het reeds betaalde voorschot van 1.000.000 euro terug, waardoor Lil Kleine achterbleef met lege handen terwijl Moszkowicz zijn vergoeding behield [2][3].
Rechter wijst vorderingen af
Wie afspraken niet zwart-op-wit zet, betaalt vroeg of laat het leergeld. De twee BN’ers werkten tien jaar samen op basis van mondelinge provisieafspraken [2][4]. Scholten betoogde dat zijn belangenbehartiger uitsluitend recht had op commissie over het daadwerkelijk uitgekeerde bedrag [3]. De rechter ging daar niet in mee en stelt dat de afgesproken 15 procent zag op de totale waarde van het contract [3][7]. Moszkowicz, de zoon van voormalig jurist Bram Moszkowicz, hoeft dan ook geen cent terug te storten [3][6]. De rapper krijgt bovenop de financiële kater een proceskostenveroordeling van meer dan 14.000 euro aan zijn broek [3].
Lil Kleine kondigt direct hoger beroep aan
De Amsterdamse muzikant legt zich allerminst neer bij het vonnis en stapt linea recta naar het gerechtshof [1][4]. Scholten stelt teleurgesteld dat zijn vroegere akkefietjes en de publieke verontwaardiging onterecht een rol hebben gespeeld in de beoordeling [2][3]. Moszkowicz laat via zijn kantoor Performer Matters B.V. weten niet verrast te zijn en steeds naar eer en geweten te hebben gehandeld [2][3]. De voormalige boezemvrienden mogen hun zakelijke echtscheiding binnenkort dus nog eens dunnetjes overdoen in hoger beroep [1][2].