De Nederlandse overheid doet de helft van haar resterende aandelen in ABN Amro in de verkoop.

Amsterdam, woensdag, 7 oktober 2026. De staat halveert haar belang in de bank van 20,7 naar 10,5 procent. Deze verkoop brengt de in 2008 geredde bank weer een stap dichter bij volledige privatisering.
Het vijfde handelsplan treedt in werking
De stichting NLFI, die de overheidsaandelen beheert, maakte op woensdagochtend 7 oktober 2026 bekend dat de Nederlandse staat zijn belang in ABN Amro bijna halveert [1][2][3]. Het huidige belang van 20,7 procent wordt de komende tijd teruggebracht naar ongeveer 10,5 procent [1][2][3]. Dat is een daling van 10.2 procentpunt. BofA Securities Europe, onderdeel van Bank of America, voert deze verkoop de komende dagen uit via een vooraf vastgesteld handelsplan [2][6][7]. Dit is alweer het vijfde handelsplan sinds de beursgang in november 2015 [3]. De overheid kocht de bank tijdens de kredietcrisis in 2008 om een faillissement te voorkomen [2][6]. Een eerdere verkoopronde, die in juli werd afgerond, bracht de Nederlandse schatkist nog circa 2,5 miljard euro op [2].
Minder Haagse bemoeienis en een strakkere koers
Topvrouw Marguerite Bérard laat weten dat de bank de verdere afbouw van het staatsbelang toejuicht [2][4]. De beurswaarde van de bank bedroeg een dag eerder, op dinsdag, nog zo’n 34,5 miljard euro [2]. Hoewel de bank floreert op de Amsterdamse beurs, snijdt het bestuur diep in de eigen organisatie om winstgevender te worden [2]. Er verdwijnen op termijn meer dan 5000 banen [2]. Voor de consument betekent dit in de praktijk vooral meer digitalisering [GPT]. Als het staatsbelang door de verkoop onder de 10 procent zakt, vervallen bovendien de speciale informatierechten van de overheid uit de zogeheten ‘Relationship Agreement’ [3]. De bank gaat daardoor steeds meer als een volledig private marktpartij opereren [GPT].