Premier Rob Jetten buigt voor zijn coalitie en spaart het koningshuis.

Den Haag, woensdag, 28 oktober 2026. Premier Rob Jetten wilde de monarchie grondig doorlichten. Coalitiepartners CDA en VVD fluiten hem nu hard terug. Het grote debat over het koningshuis verdwijnt geruisloos in de ijskast.
D66-idealen botsen op Haagse werkelijkheid
D66-premier Rob Jetten wilde een brede verkenning starten naar een toekomstbestendig koningshuis [1]. Daarbij stonden ook de financiering en belastingvrijstellingen op tafel [1]. In 2020 noemde Jetten het erfelijk koningschap immers nog een ‘poppenkast’ [1]. Coalitiepartners VVD en CDA trapten echter hard op de rem [1]. Dinsdag 27 oktober 2026 stuurde de premier een sterk afgezwakte brief naar de Tweede Kamer [1]. Een grondig onderzoek naar de rol en kosten van de koning is van de baan [1]. Eerder nam de Tweede Kamer eind 2025 al drie moties aan over inkomstenbelasting voor royals en een versobering van de uitkeringen [1]. Jetten voert die moties niet uit door het ontbreken van een grondwettelijke tweederdemeerderheid [1]. Voor de burger verandert er voorlopig niets in de portemonnee: de belastingcenten blijven op de vertrouwde manier naar paleis Huis ten Bosch vloeien [1][GPT].
Pragmatisme regeert op het Binnenhof
Vanavond, woensdag 28 oktober 2026, debatteert de Tweede Kamer over de begroting van de koning [1]. Het belooft een tamme vertoning te worden [1]. Jetten volgt een bekend historisch pad [1]. Politiek verslaggever Floor Doppen wijst op eerdere linkse leiders [1]. Premier Joop den Uyl moest in 1976 de monarchie redden tijdens de Lockheed-affaire rond prins Bernhard [1]. Premier Wim Kok hield in 2001 schoonvader Jorge Zorreguieta weg bij het koninklijk huwelijk om de monarchie te beschermen [1]. Zodra een politicus wekelijks met de koning koffiedrinkt en ministeriële verantwoordelijkheid draagt, verdwijnt het republikeinse elan razendsnel als sneeuw voor de zon [1].