Nederlandse diplomaten hoeven Israël toch niet te verlaten na diplomatieke rel.

Jeruzalem, woensdag, 26 augustus 2026. Twee Nederlandse diplomaten mogen in Israël blijven. Zij hoeven alleen het hulpcentrum in Kiryat Gat te verlaten, maar behouden hun werkplek op de ambassade.
Storm in een glas water
Het leek er gisteren nog op dat Israël twee Nederlandse Gaza-hulpexperts binnen een week het land uit zou zetten als straf voor ons aanstaande importverbod op spullen uit illegale nederzettingen [1]. Maar minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken (CDA) brengt vandaag, woensdag 26 augustus 2026, geruststellend nieuws [2]. De soep wordt niet zo heet gegeten als zij is opgediend: de twee diplomaten hoeven Israël helemaal niet te verlaten [2]. Ze zijn weliswaar niet meer welkom in het internationale steuncentrum voor Gaza (IGCS) in Kiryat Gat, maar ze kunnen hun kantoorwerk op de ambassade in Tel Aviv en de vertegenwoordiging in Ramallah gewoon voortzetten [2][3].
Spierballentaal uit Jeruzalem
De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Gideon Sa’ar, zette de verhoudingen dinsdag op scherp met zijn uitzettingsbevel [4]. Hij reageerde hiermee op de nieuwe Nederlandse wet die vanaf 22 september 2026 de handel in producten uit onder meer de Westelijke Jordaanoever verbiedt [5]. Sa’ar wilde een duidelijk statement maken: wie zich tegen Israël keert, krijgt in de regio geen voet aan de grond [4]. Volgens Midden-Oostendeskundige Peter Malcontent is het vooral een poging om Nederland op te schrikken [5]. Nu Israël landen als Spanje en Ierland al als verloren beschouwt, probeert het de van oudsher pro-Israëlische Nederlandse politiek te beïnvloeden, mede met het oog op de Israëlische verkiezingen eind oktober [5].
Nederlandse rechter mag oordelen
Hoewel de diplomaten in Tel Aviv kunnen blijven zitten, zorgt het handelsverbod in Nederland zelf voor de nodige onrust [3]. Het Israël Producten Centrum (IPC) in Nijkerk, dat goederen uit de betwiste gebieden verkoopt, is woedend [3]. Volgens deze organisatie zorgt de wet voor flinke economische schade bij zowel Israëlische producenten als Palestijnse werknemers [3]. Het IPC spant daarom vandaag een kort geding aan tegen het kabinet [3]. Terwijl de diplomatieke storm in het Midden-Oosten lijkt te liggen, verplaatst de strijd zich nu dus naar de Nederlandse rechtszaal [3].