Boeren zijn woedend op de provincie Overijssel door plotselinge plannen tegen spuitmiddelen.

Zwolle, woensdag, 9 september 2026. LTO Noord en jonge boeren schrijven een brandbrief. De provincie negeert twee jaar overleg en drukt onrealistische regels door om gewasbescherming snel te verminderen.
Overijsselse boeren onaangenaam verrast door Zwolse plannen
In de provincie Overijssel is de sfeer tussen de boeren en het provinciebestuur in Zwolle flink verpest [1]. Al zo’n twee jaar praten LTO Noord Overijssel en het Overijssels Agrarisch Jongeren Kontakt (OAJK) braaf over een convenant voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen [1]. Dit breed gedragen convenant stond gewoon in het Overijsselse coalitieakkoord [1]. Nu schuift de provincie dit overleg plotseling terzijde met eigen, strenge plannen om het gebruik van deze middelen snel terug te dringen [1][2]. De agrarische sector is volkomen verrast door deze plotselinge actie [1].
Hondenbezitters lopen volgens LTO meer risico
LTO-voorzitter Martin Immink snapt niets van de haast in het provinciehuis [1]. Hij vermoedt dat de provincie bezwijkt onder de juridische druk van actiegroepen [1]. Volgens Immink draaft het beleid door in het uitsluiten van elk klein risico [1]. Met een knipoog stelt hij dat een hondenbezitter met drie honden, die maandelijks een behandeling krijgen tegen wormen en teken, waarschijnlijk grotere risico’s loopt dan de landbouwsector [1]. De werkelijke uitstootcijfers in de lokale Natura 2000-gebieden vallen volgens hem reuze mee, en harde causale verbanden ontbreken [1].
Spannende weken tot de deadline van 2 oktober
De boeren geven de strijd in Overijssel zeker niet op [1]. Tot 2 oktober 2026 kunnen zij officieel inspreken over de nieuwe plannen [1]. LTO en het OAJK schrijven nu samen een uitgebreide brandbrief met hun visie [1]. Zij vestigen hun hoop vooral op de provinciale politiek, waarbij de houding van de CDA-fractie cruciaal zal worden [1]. Immink reageerde eerder al boos in de regionale media [1]. Dat nam men hem in het provinciehuis niet in dank af, maar dat deert de strijdbare voorman niet [1].