Een 1 april-grap brengt de rode Dirk-tas in het Stedelijk Museum
Amsterdam, dinsdag, 14 april 2026.
Wat begon als een marketingstunt werd ineens serieus. Het Stedelijk Museum neemt de iconische rode boodschappentas van Dirk van den Broek op in zijn designcollectie. De tas uit 2001, ontworpen door Mart Boudestein, verving destijds een lelijke geel-bruine variant. Binnen twee dagen waren de eerste 3000 exemplaren uitverkocht. Vijfentwintig jaar later is de tas nog steeds herkenbaar en populair. Critici noemen het een slimme publiciteitsstunt. Voorstanders zien het als erkenning van alledaags Nederlands design dat onderdeel werd van onze cultuur. Zelfs op de catwalk van Amsterdam Fashion Week verscheen de tas al. Directeur Rein Wolfs: ‘We moeten dit object bewaren omdat het onderdeel is van ons collectieve geheugen.’
Van aprilgrap naar museumstuk in Amsterdam
Amsterdam krijgt een bijzondere nieuwe aanwinst in het Stedelijk Museum. De supermarktketen en het museum stuurden op 31 maart een persbericht de deur uit over de opname van de tas in de collectie [1]. Veel mensen dachten dat het een 1 april-grap was [1]. Maar museumdirecteur Rein Wolfs bevestigt: ‘Het is een object dat we moeten bewaren omdat het onderdeel is van het collectieve geheugen’ [1]. De tas behoudt zijn kracht ook na vijfentwintig jaar [1]. Het Stedelijk bezit meer dan 100.000 designobjecten [1], maar deze plastic draagtasvoeging laat zien hoe alledaagse spullen plotseling cultureel belangrijk kunnen worden.
Nederlandse designicoon met een verhaal
De rode tas verving in 2001 een lelijke voorganger met ‘geel en poepbruine strepen’ [1]. Ontwerper Mart Boudestein kreeg het concept van marketeer Eugène Roorda [1]. Die oude tas had nog de tekst ‘Dirk van den Broek heeft 4000 aanbiedingen’ [1]. De supermarkt maakte aanvankelijk 3000 stuks van het nieuwe ontwerp [1]. Die waren binnen twee dagen uitverkocht [1]. In 2002 meldde Het Parool al dat de ‘Dirk-shopper’ populair was als mode-item [1]. De tas verscheen zelfs op de catwalk van Amsterdam Fashion Week [1]. Roorda verklaart het succes: ‘Dirk is een aardige vent – Nederlands, betrouwbaar. Je wilt wel iets van hem kopen’ [1].
Kritiek en waardering voor supermarkttas
Niet iedereen is enthousiast over deze museumkeuze. Jeroen Junte van Museumtijdschrift noemt het een ‘slechte grap’ en ziet vooral ‘een symbool van een doorgedraaid voedselsysteem en een verwoestende supermarktoorlog’ [1]. Toch past de keuze bij een bredere trend waarbij alledaagse objecten artistieke status krijgen [2]. Andere supermarkttassen zoals die van Aldi bereikten ook al de kunstwereld [2]. General manager Marcel Huizing van Dirk ziet het anders: ‘Het toont aan dat iets simpels, zolang het maar goed en herkenbaar is, kan uitgroeien tot een icoon’ [1]. De tas wordt hopelijk nog dit jaar tentoongesteld in het Stedelijk [1].