waarom nemen rijke én arme vaders zo weinig geboorteverlof op?

waarom nemen rijke én arme vaders zo weinig geboorteverlof op?

2026-06-18 binnenland

Den Haag, donderdag, 18 juni 2026.
Slechts zes op de tien vaders maken gebruik van het aanvullend geboorteverlof van vijf weken. Vooral mannen met lage of hoge inkomens blijven thuis – en dat is opvallend. Bij de laagste inkomens neemt maar een derde verlof op, terwijl middeninkomens dit bijna dubbel zo vaak doen. Bij de rijkste 5% blijft 56% gewoon werken. Financiële zorgen spelen een rol, maar ook carrièreangst en sociale normen houden vaders tegen. Het opvallendste? Vaders van een derde kind nemen nog minder verlof op dan bij hun eerste twee kinderen. Onderzoekers waarschuwen: het huidige beleid vergroot juist de ongelijkheid, terwijl het die juist moet verkleinen. Het ministerie zoekt nu naar oplossingen, maar of die op tijd komen?

den haag, 18 juni 2026 – geld of angst: waarom vaders thuisblijven niet zien zitten

Stel, je verdient €14.000 per jaar. Dan is dertig procent inkomensverlies – zo’n €350 per maand – een klap die je niet zomaar opvangt. Voor vaders met een tijdelijk contract of een klein dienstverband is dat vaak reden genoeg om het aanvullend geboorteverlof van vijf weken te laten schieten [1]. Bij de laagste inkomensgroep neemt maar 33 procent het verlof op, terwijl middeninkomens (rond €35.000 per jaar) dat bijna dubbel zo vaak doen: 66 procent [1]. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoekt nu of een minimumdagloon, zoals de SER in 2024 voorstelde, de financiële drempel kan verlagen [2]. Maar of dat genoeg is? Bij de rijkste vijf procent vaders – met een gemiddeld inkomen van €140.000 per jaar – blijft 56 procent gewoon werken [1]. Hier speelt geld nauwelijks een rol. Carrièreangst en de perceptie van onvervangbaarheid op het werk wegen zwaarder. ‘Mannen met hoge functies denken vaak: als ik er niet ben, loopt alles in het honderd’, zegt arbeidseconoom Zichen Deng [1]. Ook sociale normen spelen mee: in sommige sectoren is het nog steeds not done om langdurig verlof op te nemen. En dan is er nog de ‘derde-kind-val’: vaders van een derde kind nemen aanzienlijk minder verlof op dan bij hun eerste twee kinderen [1]. Onderzoekers waarschuwen dat het huidige beleid de ongelijkheid juist vergroot. ‘De genderkloof neemt mogelijk af onder middeninkomens, maar lage inkomens blijven achter in hun mogelijkheden om tijd met hun gezin door te brengen’, aldus Deng en Van de Kraats [1].

van papadag tot echte zorg: waarom het kerngezin niet de oplossing is

Het kerngezin is niet het probleem, maar het idee dat zorg automatisch bij de moeder ligt wel. Vrouwen dragen nog steeds driekwart van het huishouden, terwijl mannen hooguit een ‘papadag’ inplannen – en dan vaak als extra vrije dag, niet als structurele zorgverdeling [3]. Het aanvullend geboorteverlof zou die ongelijkheid moeten doorbreken, maar in de praktijk blijkt het een spiegel van bestaande patronen. ‘Het is geen kwestie van onwil, maar van systemen die niet meebewegen’, zegt socioloog Margriet van Heesch [GPT]. Bij lage inkomens speelt financiële stress een rol, bij hoge inkomens de druk om altijd beschikbaar te zijn. En bij middeninkomens? Daar lijkt het verlof juist te werken: zij nemen het verlof het vaakst op, mogelijk omdat ze zowel financiële zekerheid als flexibiliteit hebben [1]. Toch is er een paradox: hoe meer verlofregelingen er zijn, hoe ingewikkelder het wordt. Nederland telt inmiddels zeven verschillende verlofregelingen voor ouders, waaronder 26 weken ouderschapsverlof waarvan negen weken doorbetaald in het eerste jaar na de geboorte [2]. De politiek heeft nog geen besluit genomen over vereenvoudiging, terwijl de tijd dringt. ‘Elke dag dat we wachten, is een dag dat vaders minder tijd met hun kinderen doorbrengen’, zegt Van Heesch. En dat heeft gevolgen: kinderen van vaders die verlof opnemen, ontwikkelen zich emotioneel en cognitief beter, blijkt uit internationaal onderzoek [GPT].

wat nu? van voorlichting tot financiële prikkels

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzoekt momenteel drie mogelijke oplossingen: betere voorlichting, financiële prikkels en het vereenvoudigen van de regels [1]. Voorlichting lijkt een laaghangende vrucht. Veel vaders weten simpelweg niet dat het verlof bestaat of hoe ze het moeten aanvragen [GPT]. Financiële prikkels zouden kunnen helpen, maar bij hoge inkomens is het effect beperkt: zij missen het geld niet, maar de tijd wel. Een radicalere optie is het verlof verplicht stellen, zoals in Zweden, waar vaders drie maanden verlof moeten opnemen – anders vervalt het [GPT]. In Nederland is dat politiek gevoelig, maar de discussie laait wel op. ‘We moeten stoppen met denken in termen van ‘vaders helpen moeders’, en beginnen met ‘vaders zijn net zo verantwoordelijk voor de zorg’’, zegt Tim Veninga, bekend van zijn kritiek op traditionele rolpatronen [3]. Of dat lukt? De tijd zal het leren. Feit is wel dat het huidige systeem niet werkt zoals bedoeld. Zes op de tien vaders die verlof opnemen, doen dat voor minder dan de volledige vijf weken [1]. En dat terwijl het verlof juist bedoeld is om de band tussen vader en kind te versterken – en de zorg eerlijker te verdelen. Tot die tijd blijft het een puzzel: hoe krijg je vaders thuis, en moeders op hun werk, zonder dat iemand zich financieel of sociaal buitengesloten voelt?

Bronnen


ongelijkheid geboorteverlof