Modeman Martijn N. krijgt 3,5 jaar cel: hof acht twee verkrachtingen wél bewezen
Amsterdam, maandag, 8 juni 2026.
De straf verdubbelde meer dan twee keer. Waar de rechtbank hem vrijsprak van verkrachting, oordeelt het hof vandaag anders.
Amsterdam: van 18 maanden naar 42 maanden
Het gerechtshof in Amsterdam veroordeelde Martijn N. op maandag 8 juni 2026 tot 42 maanden gevangenisstraf — dat is 3,5 jaar [1][2][3]. Ter vergelijking: de rechtbank legde hem eerder slechts 18 maanden op, waarvan 8 voorwaardelijk, en sprak hem destijds vrij van alle verkrachtingen [2][3]. De stijging in maanden: 24. In procenten uitgedrukt: 133.333. Het hof acht nu vijf zedendelicten bewezen: twee verkrachtingen, ontucht met twee minderjarige jongens van 15 jaar en een aanranding [1][2]. Van vier verkrachtingen en een poging daartoe sprak het hof N. vrij wegens gebrek aan bewijs [3]. Het Openbaar Ministerie had hoger beroep aangetekend en zeven jaar cel geëist [2][3]. Dat werd het dus niet. Maar 42 maanden is alsnog een forse tik.
Hoe het begon: sociale media, dates en een platform in de mode
Martijn N. richtte zijn bedrijf MOAM — het Museum of Arts and Fashion Amsterdam — op in 2014 [3]. Hij koppelde jong talent aan modemerken en werkte samen met onder meer het Rijksmuseum, ARTIS en het Concertgebouw [3]. In de Amsterdamse mode- en cultuurwereld gold hij als een van de invloedrijkste namen [3]. Zijn werkwijze was simpel: hij benaderde jonge mannen en jongens via sociale media, nam hen mee naar huis na een date, en gedroeg zich hardhandig en agressief als hij seks wilde [3]. In één zaak kneep hij een slachtoffer de keel dicht; bij een andere negeerde hij het verbale én fysieke verzet van een destijds 17-jarige jongen [2]. In 2021 meldden 28 mannen zich bij de politie met beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag [3]. De zaak kwam aan het rollen na onderzoeksjournalistiek van Het Parool en NRC [2][3]. Datzelfde jaar hield MOAM op te bestaan [3]. De feiten speelden zich af tussen 2011 en 2021 [2].
Wat nu: cassatie en schadevergoedingen
De opgelegde straf van 42 maanden is gebaseerd op een uitgangspunt van 50 maanden [2]. Daarvan trok het hof 6 maanden af wegens de ouderdom van de feiten, de media-aandacht en verminderde toerekenbaarheid [2]. Nog eens 2 maanden gingen eraf wegens overschrijding van de redelijke termijn [2]. Ƒ{50 - 6 - 2}. N. moet ook schadevergoedingen betalen: €6.100 aan één slachtoffer, €5.000 aan drie anderen en €4.000 aan een vijfde slachtoffer [2]. Advocaat Gerard Spong overweegt namens N. cassatie in te stellen bij de Hoge Raad, om de juridische juistheid en motivering van de uitspraak te laten toetsen [2] [alert! ‘status van cassatieverzoek onbekend op moment van publicatie’]. N. zelf zei eerder: “Als er duidelijk nee wordt gezegd, dan is het ook nee” [2]. De slachtoffers en hun advocaten reageerden nog niet publiekelijk op de uitspraak [alert! ‘geen publieke reactie van slachtoffers aangetroffen in de gebruikte bronnen’].