Zaak-Weski gesloten: advocate die boodschappen doorsluisde voor Taghi hoeft niet terug de cel in
Amsterdam, donderdag, 4 juni 2026.
Inez Weski (71) krijgt geen hogere straf. Zowel zij als het OM zien af van hoger beroep. De rechtbank veroordeelde haar op 21 mei 2026 tot 42 dagen cel — precies de tijd die ze al vastzat.
Rotterdam: vonnis definitief na wederzijds afzien van hoger beroep
De rechtbank Rotterdam veroordeelde Inez Weski op 21 mei 2026 tot 42 dagen cel wegens deelname aan de criminele organisatie van Ridouan Taghi [1][4][6]. Die 42 dagen waren precies gelijk aan haar voorarrest na haar arrestatie op 21 april 2023 [4]. Dus: geen extra gevangenisstraf. Op 3 juni 2026 maakten haar advocaten Geert-Jan en Carry Knoops bekend dat Weski afziet van hoger beroep, cassatie of een stap naar het Europees Hof [2][3][4]. Een dag later, op 4 juni 2026, volgde het OM met hetzelfde besluit [3][6]. De zaak is daarmee definitief gesloten. Het OM had aanvankelijk maar liefst 4,5 jaar cel geëist [1][2][3][4][6] — een verschil dat groter is dan het verschil tussen een bakfiets en een Ferrari.
PGP-telefoon als brug tussen crimineel en buitenwereld
Wat deed Weski precies? Na de aanhouding van Taghi in 2019 ontving zij een PGP-telefoon van zijn familie [2][5]. Via dat versleutelde toestel sluisde ze vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught berichten door over drugshandel en geld — van en naar Taghi’s internationale netwerk [1][2][3]. De rechtbank stelde vast dat ze daarmee actief deelnam aan zijn criminele organisatie [4][6]. De rechter liet ook weten wat de persoonlijke tol was: “Zo is er een ontluisterend einde aan haar werk als advocaat gekomen” en “Ook betekent deze veroordeling voor haar verlies van reputatie en maatschappelijke positie, en verslechtering van haar geestelijke en lichamelijke gezondheid” [3]. Haar broze gezondheid speelde mee in het besluit geen hoger beroep in te stellen [1].
Een norm gesteld voor de advocatuur
Het OM is ondanks de lage straf toch tevreden. Hoofdofficier van justitie John Lucas van het Landelijk Parket verklaarde: “Het OM heeft een norm willen stellen over de manier waarop informatie wordt doorgegeven tussen advocaten en hun cliënten. Die norm is nu gesteld” [1][2][3][4]. Doordat Weski zelf ook afziet van verder procederen, ligt er nu een onherroepelijk vonnis [4]. Voor de Nederlandse advocatuur is dat een harde boodschap: de vertrouwensrelatie tussen advocaat en cliënt heeft grenzen, en die grenzen zijn nu zwart op wit vastgelegd. Weski’s eigen advocaten Knoops lieten weten het vonnis fundamenteel onjuist te vinden: “De verdediging is van oordeel dat het vonnis van de rechtbank op fundamentele punten en op systematische wijze in strijd is met juridische beginselen en principiële bewijsrechtelijke grondslagen” [2][5]. Toch kiest Weski voor rust. Namens haar klonk het zo: “Zij hoopt zich te kunnen concentreren op andere wegen naar recht, rechtvaardigheid en mededogen, en op de kunst van het leven” [1][2][3].