Hoge Raad dwingt Belastingdienst om concrete bewijzen te leveren voordat zij bedrijven van belastingontwijking beschuldigt
Den Haag, zaterdag, 28 februari 2026.
De Belastingdienst mag niet langer automatisch aannemen dat bedrijven belasting ontwijken zonder harde bewijzen. Deze baanbrekende uitspraak betekent dat de fiscus voortaan per geval moet onderzoeken of er werkelijk sprake is van misbruik of van legitieme zakelijke beslissingen. Simpelweg stellen dat een lagere belastingdruk verdacht is, volstaat niet meer. Het Europese recht eist dat anti-misbruikregels proportioneel worden toegepast. Voor ondernemers betekent dit meer bescherming bij reorganisaties en splitsingen. De bewijslast verschuift deels terug naar de Belastingdienst, die nu concrete aanwijzingen moet aandragen voordat zij bedrijven kan verdenken van ontwijking.
Fiscus moet nu echt bewijzen leveren
De Hoge Raad heeft in Den Haag een duidelijke grens getrokken [1]. De Belastingdienst baseerde zich op nationale wetgeving om automatisch misbruik aan te nemen wanneer door een bedrijfssplitsing een lagere belastingdruk ontstond [1]. Dat mag niet meer. De hoogste rechter oordeelt dat deze benadering onvoldoende rekening houdt met de bescherming die EU-recht biedt [1]. Concreet betekent dit: stel je splitst je bedrijf en betaalt daardoor minder belasting, dan moet de fiscus eerst uitzoeken of je dit doet om belasting te ontwijken of gewoon voor zakelijke redenen [1]. Een louter fiscaal motiefvermoeden, alleen gebaseerd op het feit dat de belastingdruk daalt, is niet genoeg om een onderneming te belasten [1].
Meer bescherming voor ondernemers
Voor bedrijven betekent deze uitspraak een flinke verbetering [1]. Bedrijfsmatige redenen voor herstructureringen wegen nu zwaarder mee tegenover louter fiscale vermoedens [1]. De fiscus moet meer bewijs verzamelen voordat zij herkwalificaties of naheffingen oplegt [1]. Dit sluit aan bij eerdere Europese jurisprudentie die verlangt dat anti-misbruikregels proportioneel zijn en gericht moeten worden toegepast [1]. Voor de Belastingdienst betekent het een aanscherping van de bewijsvoering bij onderzoek naar vermeende ontwijking [1]. Mogelijk zijn wetsaanpassingen of nadere beleidsregels nodig om de nationale regels in lijn te brengen met EU-recht [1].
Bredere trend van rechtsbescherming
Deze uitspraak past in een bredere ontwikkeling waarbij de rechtspositie van belastingplichtigen wordt versterkt. Recent vernietigde de rechtbank Gelderland ook een vergrijpboete van €167.500 aan een directeur-grootaandeelhouder [2]. De rechtbank oordeelde dat de ondernemer mocht afgaan op advies van een gerenommeerd belastingkantoor en niet opzettelijk had gehandeld [2]. Ook bij de collectieve bezwaarprocedures over belastingrente zien we dat de Belastingdienst soms moet toegeven dat hun standpunt niet houdbaar is [3]. Voor ondernemers die zich laten adviseren door erkende belastingexperts wordt het steeds moeilijker om hen persoonlijk aansprakelijk te stellen voor complexe fiscale constructies [2].