Europa stuurt illegale migranten voortaan op naar opvangcentra buiten de EU
Brussel, maandag, 1 juni 2026.
Slechts 29% van uitgezette migranten verlaat de EU daadwerkelijk. Dat verandert nu: detentie mag straks twee jaar duren en migranten kunnen naar ‘return hubs’ buiten Europa worden gestuurd.
Twintig jaar wachten, nu eindelijk actie
Het Europees Parlement en de Raad van de EU bereikten maandag 1 juni 2026 een voorlopig akkoord over nieuwe terugkeerregels voor illegale migranten [1]. De timing is niet toevallig: de huidige EU-regels zijn bijna twintig jaar oud en aan een grondige update toe [1][2]. Rapporteur Malik Azmani (VVD, Renew Europe) is duidelijk: “Na bijna twee decennia waren de EU-regels over terugkeer rijp voor hervorming” [1]. Het resultaat? Een systeem dat zowel effectief als werkbaar moet zijn. Azmani presenteert de deal dinsdag 2 juni 2026 op een persconferentie in het Europees Parlement in Brussel [1]. De nieuwe regels zijn gebaseerd op een voorstel van de Europese Commissie uit maart 2025 [1].
Wat verandert er concreet?
De nieuwe regels pakken een hardnekkig probleem aan: slechts 29% van de migranten die een uitzetbevel krijgen, verlaat de EU daadwerkelijk [2]. Dat percentage verandert de EU nu met stevige maatregelen. Ten eerste mogen migranten voortaan tot 24 maanden worden vastgehouden — met een mogelijke verlenging van nog eens 6 maanden [1]. Dat is een forse sprong: de huidige maximale detentietermijn bedraagt 6 maanden [2]. Voor mensen die een veiligheidsrisico vormen, geldt geen maximale termijn [2]. Ten tweede introduceert de EU zogeheten ‘return hubs’: opvangcentra buiten Europa, in derde landen die mensenrechten respecteren [1][2]. Migranten kunnen daarheen worden overgebracht, ook als zij geen band hebben met dat land — met uitzondering van alleenstaande minderjarigen [1][2]. Italië heeft al een pilotproject in Albanië, dat momenteel minder dan 100 migranten opvangt tegenover een oorspronkelijk doel van 36.000 per jaar [2]. Ten derde komen terugkeerbeslissingen in een ‘Europees terugkeerbevel’ dat via het Schengeninformatiesysteem wordt gedeeld, zodat alle EU-lidstaten elkaars besluiten kunnen uitvoeren [1]. Voor Nederland — dat samen met Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland al in maart 2026 samenwerkte om locaties voor terugkeercentra te identificeren — is dit een directe versterking van het uitzettingsbeleid [2].
Niet iedereen juicht
De politieke reacties lopen uiteen. De Zweedse rechtse parlementariër Charlie Weimers sloeg een triomfantelijke toon aan: “Het tijdperk van deportaties is begonnen” [2]. EU-commissaris voor Binnenlandse Zaken Magnus Brunner (EVP) benadrukt het praktische doel: “We zullen ervoor zorgen dat mensen die geen recht hebben om in de EU te blijven, daadwerkelijk worden teruggekeerd” [2]. Maar kritiek blijft niet uit. Sarah Chander, directeur van de Equinox Initiative for Racial Justice, hekelt de plannen scherp: “De EU legitimeert offshore gevangenissen, raciale profilering en detentie van kinderen op manieren die we nog nooit eerder hebben gezien” [2]. Ook in Nederland is het debat volop gaande. JA21-Kamerleden Simon Ceulemans en Diederik Boomsma organiseerden op 31 mei 2026 — één dag voor het akkoord — een studiedag over de vraag of het Europees Asiel- en Migratiepact het vastgelopen Nederlandse asielbeleid kan vlottrekken [3]. De nieuwe regels treden in werking na publicatie in het EU-Publicatieblad. Regels over return hubs en leeftijdsbeoordeling van minderjarigen gelden direct; de overige bepalingen volgen twaalf maanden later [1]. Binnen twee jaar beoordeelt de Commissie of het systeem werkt — en of terugkeerbeslissingen verplicht wederzijds erkend moeten worden [1]. Formele goedkeuring door zowel het Parlement als de Raad moet nog volgen [1].