Kabinet-Jetten viert 100 dagen met een kelderende populariteit en slechts één trouwe achterban

Kabinet-Jetten viert 100 dagen met een kelderende populariteit en slechts één trouwe achterban

2026-06-03 politiek

Den Haag, woensdag, 3 juni 2026.
Na 100 dagen vertrouwt nog maar 22% van de Nederlanders op kabinet-Jetten. Schrikbarend: slechts 12% gelooft dat het kabinet grote problemen écht oplost.

Van 33 naar 22 procent: een vrije val in honderd dagen

Het kabinet-Jetten — een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met slechts 66 zetels — trad op 23 februari 2026 aan met een startvertrouwen van 32 à 33 procent [1][3]. Vandaag, woensdag 3 juni 2026, is dat gedaald naar 22 procent [1][3][4]. Dat is een daling van -33.333 procent in honderd dagen. Ter vergelijking: het kabinet-Schoof begon destijds op 37 procent en bleef na vier maanden stabiel op 36 procent [3][4]. Bij kabinet-Jetten gaat het dus een stuk harder naar beneden. Nog zorgelijker: slechts 12 procent van de kiezers gelooft dat dit kabinet voor échte doorbraken kan zorgen op grote dossiers zoals de zorg en armoedebestrijding [3][4]. En 66 procent heeft de hoop al opgegeven dat het minderheidskabinet überhaupt meerderheden kan vinden voor belangrijke besluiten [3]. Politiek verslaggever Fons Lambie van RTL vat het kort samen: “Dit zijn slechte cijfers. Ook binnen de coalitie en in het kabinet wordt erkend: er zijn nog geen resultaten.” [3]

Alleen D66-kiezers blijven trouw — maar ook zij twijfelen

De pijnlijkste cijfers komen van binnen de coalitie zelf. Bij VVD- en CDA-kiezers is bijna de helft van het aanvangsvertrouwen verdampt in honderd dagen [1][3][4]. Opiniepeiler Gijs Rademaker noemt het zonder omwegen: “Het is een bende, vinden veel kiezers. Bij de kiezers van CDA en VVD is bijna de helft van het vertrouwen verdampt, en dat in maar 100 dagen tijd.” [3][4] Alleen onder D66-kiezers heeft nog een meerderheid — 67 procent, gedaald van 77 procent bij de start — vertrouwen in het kabinet [1]. Van de VVD-kiezers gelooft nog maar 22 procent dat het kabinet meerderheden kan vinden voor belangrijke besluiten [3]. Ook het persoonlijk vertrouwen in premier Rob Jetten zelf daalt: van bijna 50 procent bij de start naar 33 procent eind mei 2026 [3][4]. Rademaker: “Kiezers vinden Jetten nog wel sympathiek en betrouwbaar, maar het lukt hem niet om mensen en partijen met elkaar te verbinden. Zijn afwezigheid bij de rellen in Loosdrecht staat mensen nog vers in het geheugen.” [3][4]

Minderheidskabinet in een mijnenveld: wat nu?

Het lage vertrouwen is pijnlijk, maar volgens onderzoeker Rozemarijn Lubbe van het EenVandaag Opiniepanel niet verrassend. “Zeker omdat het kabinet-Jetten een minderheidskabinet is, zijn de cijfers vergeleken met andere kabinetten niet opvallend laag,” zegt zij [1]. Bij een minderheidskabinet zijn er simpelweg meer oppositiekiezers die bij de start al sceptisch zijn [1]. Toch zijn de structurele problemen reëel. Het kabinet moet voor elk besluit een meerderheid zoeken in zowel de Tweede als de Eerste Kamer [2]. In april 2026 liep dat bijna mis bij de AOW-leeftijd: op 6 april wilde een meerderheid in de Eerste Kamer de verhoging schrappen, op 7 april nam D66 in de Senaat afstand van die lijn, en op 8 april besloot het kabinet de kwestie vooruit te schuiven voor nader overleg [2]. Op 28 mei 2026 zetten vakbonden hun acties door omdat zij onvoldoende beweging zagen bij het kabinet [2]. Hoogleraar politieke communicatie Claes de Vreese, die eerder het kabinet adviseerde, is kritisch: “Je ziet nu vanuit het kabinet: dit is ons voorstel. In sommige gevallen presenteren ze het alsof ze een meerderheidskabinet hebben.” [2] De komende weken hoopt het kabinet een stikstofpakket te presenteren en werkt het aan een begrotingsdeal met oppositie, vakbonden en werkgevers — met een oog op de Provinciale Statenverkiezingen van 2027 [3][4]. Of dat genoeg is om het tij te keren? Lubbe heeft daar een nuchtere verklaring voor het huidige pessimisme: “Vaak hopen kiezers bij de start van een nieuw kabinet op verandering, maar raken mensen snel teleurgesteld omdat die verandering in het echt niet komt, of langer duurt dan ze hopen.” [1]

Bronnen


politiek vertrouwen kabinetsvertrouwen