Nederland krimpt van binnenuit: in 93% van de gemeenten worden minder baby's geboren dan tien jaar geleden
Den Haag, vrijdag, 29 mei 2026.
Het gemiddelde kindertal per vrouw daalde tussen 2014 en 2024 van 1,71 naar 1,43. Alleen op Urk bleef het stabiel.
Van 1,71 naar 1,43: de cijfers liegen er niet om
Nederland, 29 mei 2026. Het CBS publiceerde deze week nieuwe regionale geboortecijfers en de boodschap is helder: Nederlanders krijgen structureel minder kinderen. In 93 procent van alle Nederlandse gemeenten lag het gemiddelde kindertal per vrouw in 2024 lager dan in 2014 [1][2][3]. Landelijk daalde dat gemiddelde van 1,71 naar 1,43 kind per vrouw — een daling van -16.374 procent in tien jaar [2][4]. In 2014 kregen vrouwen in 65 procent van de gemeenten nog gemiddeld meer dan 1,75 kinderen. In 2024 gold dat nog maar voor 19 procent van de gemeenten [3][4]. De daling is het hardst aangekomen in Flevoland, Fryslân en Zuid-Holland, waar het vruchtbaarheidscijfer met 19 procent afnam. Zeeland deed het met 11 procent het ‘beste’ — al is dat een beetje als winnen van een wedstrijd wie het minst nat wordt in de regen [3]. Vrouwen stellen hun eerste kind ook steeds langer uit. In 2000 waren moeders gemiddeld 29,1 jaar bij de eerste bevalling. In 2024 is dat 30,4 jaar [3]. In Amsterdam en Utrecht ligt die leeftijd inmiddels zelfs boven de 32 jaar [2].
Woningen, flexbanen en de bijbel: dit verklaart de verschillen
Niet elke gemeente kleurt even somber. Op Urk bleef het vruchtbaarheidscijfer stabiel op minimaal 1,75 kind per vrouw — het enige lichtpuntje in Flevoland [3]. En in enkele Limburgse gemeenten steeg het geboortecijfer juist licht [1]. Maar die uitzonderingen bevestigen vooral de regel. Het CBS wijst op drie duidelijke factoren die het kindertal beïnvloeden: religie, de woningmarkt en economie. In gemeenten waar relatief veel op CU en SGP wordt gestemd, ligt het gemiddelde kindertal hoger — het CBS omschrijft dit als de aanwezigheid van ‘conservatieve protestanten’ [3]. De woningmarkt speelt ook een grote rol: gemeenten met meer nieuwbouw hebben gemiddeld hogere geboortecijfers [2][3]. En Zeeland kampt bovenop alles nog met een kraamzorgcrisis [5]. Tel daarbij op dat steeds meer twintigers en dertigers werken op flexcontracten, en het plaatje is compleet [5]. Een kindje plannen als je niet weet of je volgend jaar nog een contract hebt én geen betaalbare woning kunt vinden: het is geen toeval dat mensen dan wachten.
Minder baby’s, meer grijze haren: wat betekent dit voor Nederland?
In 2024 werden in Nederland ruim 166.000 kinderen geboren [3]. Klinkt als veel, maar het is bij lange na niet genoeg om de bevolking op peil te houden zonder migratie [2]. Voor dat laatste is een gemiddelde van circa 2,1 kind per vrouw nodig [GPT] — en met 1,43 zit Nederland daar ver onder [2][4]. De gevolgen zijn concreet: meer ouderen, minder werkenden, hogere druk op pensioenen en zorg. In de Zaanstreek — Zaanstad, Oostzaan en Wormerland — zit het gemiddelde nog net boven het landelijk gemiddelde met respectievelijk 1,51 en 1,58 kind per vrouw, maar ook daar blijft het ruim onder het vervangingsniveau [2]. Het CBS-onderzoek, mede uitgevoerd door socioloog Ruben van Gaalen en collega Peteke Feijten, laat zien dat dit geen tijdelijk dipje is [4]. De daling loopt al sinds 2010 [3][4]. Urk en de biblebelt mogen dan uitblinken met grotere gezinnen, het gemiddelde kindertal varieert in 2024 van 2,50 op Urk tot een opvallend lage 0,58 op Schiermonnikoog [3]. Dat laatste eiland heeft meer schapen dan toekomstplannen, zo lijkt het.