Trump sleept Wall Street Journal opnieuw voor de rechter om een verjaardsbrief aan Epstein

Trump sleept Wall Street Journal opnieuw voor de rechter om een verjaardsbrief aan Epstein

2026-05-29 buitenland

Washington, vrijdag, 29 mei 2026.
Trump eist 10 miljard dollar van de Wall Street Journal. De krant schreef over een brief aan Jeffrey Epstein met Trumps handtekening. Rupert Murdoch beloofde het te ‘regelen’, maar de krant publiceerde toch.

Een brief, een naakte tekening en 10 miljard dollar

In de Verenigde Staten laait een mediaoorlog op die ook voor Nederlandse lezers herkenbaar is: een machtige politicus die kritische journalistiek juridisch probeert te smoren. Op 27 mei 2026 diende het team van de Amerikaanse president Donald Trump opnieuw een aanklacht in bij de federale rechtbank in Miami, gericht tegen The Wall Street Journal, uitgeverij Dow Jones, moederbedrijf News Corp, CEO Robert Thomson, mediamagnaat Rupert Murdoch en twee journalisten: Khadeeja Safdar en Joe Palazzolo. [1][2][3] De eis: 10 miljard dollar schadevergoeding. [1][2][3][4] De aanleiding is een artikel dat de krant op 15 juli 2025 publiceerde. [5] Daarin beschreef de WSJ een verjaardagsboekje dat Epstein-handlanger Ghislaine Maxwell samenstelde voor Jeffrey Epsteins 50e verjaardag in 2003. In dat boekje zou een brief staan met een tekening van een naakt vrouwenlichaam en een handtekening die op die van Trump lijkt. [2][4] Trump ontkent de brief ooit geschreven te hebben. Tegenover de krant zei hij: ‘I never wrote a picture in my life. I don’t draw pictures of women. It’s not my language. It’s not my words.’ [6]

Murdoch beloofde het te regelen — de krant publiceerde toch

Het verhaal heeft een pikante bijzaak. Vóór publicatie belde Trump persoonlijk met Rupert Murdoch om zijn beklag te doen. Murdoch zou hem hebben gerustgesteld met de woorden: ‘I will handle it.’ [3][4][5][7] Trump geloofde daarna dat het artikel niet gepubliceerd zou worden. Dat gebeurde toch. [5] De nieuwe aanklacht is zeven pagina’s langer dan de oorspronkelijke versie en bevat een cruciaal nieuw argument: de brief bestaat simpelweg niet. [4] Trumps advocaten stellen dat de WSJ-journalisten ten tijde van de publicatie geen toegang hadden tot een authentiek document, omdat dat document nooit heeft bestaan. [4] Bovendien, zo luidt de aanklacht, heeft Maxwell tegenover een federale functionaris verklaard geen enkele herinnering te hebben aan een brief van Trump in het verjaardagsboekje. [4][8] De September 2025 vrijgave van documenten door de House Oversight Committee — die een brief bevatten die overeenkomt met de beschrijving van de WSJ — verandert daar volgens Trumps team niets aan. [4][8] Dow Jones reageerde kort en krachtig: ‘We have full confidence in the rigor and accuracy of our reporting, and will vigorously defend against any lawsuit.’ [2][5]

Een patroon van juridische druk op de pers

Dit is niet Trumps eerste rechtszaak tegen een groot mediabedrijf, en waarschijnlijk ook niet de laatste. In april 2026 verwierp federaal rechter Darrin P. Gayles de oorspronkelijke aanklacht tegen de WSJ, omdat Trump er niet in slaagde aan te tonen dat de krant met ‘actual malice’ had gehandeld — de juridische lat die in de VS geldt voor publieke figuren in lasterzaken. [1][2][3] De rechter gaf Trump tot 27 mei 2026 de tijd om een herziene versie in te dienen. [5][7] Dat deadline haalde zijn team precies. Trump voert tegelijkertijd rechtszaken tegen The New York Times (claim: 15 miljard dollar, ingediend in september 2025) en de BBC (claim: 10 miljard dollar, ingediend in december 2025). [2][3] Eerder trof hij schikkingen met CBS News en ABC News; die laatste betaalde 15 miljoen dollar nadat een presentator het woord ‘verkrachting’ had gebruikt in plaats van ‘seksueel misbruik’ bij een beschrijving van Trumps gedrag. [1][GPT] Voor Nederlandse lezers is de les helder: als een president mediabedrijven met miljardenclaims kan bestoken, wordt onafhankelijke journalistiek een kostbare aangelegenheid. Persvrijheidsorganisaties wereldwijd volgen deze zaken dan ook met groeiende zorg. [GPT]

Bronnen


persvrijheid mediarechtszaak