Twee Gazanen met visum zijn eindelijk onderweg naar Nederland na maanden juridisch gevecht

Twee Gazanen met visum zijn eindelijk onderweg naar Nederland na maanden juridisch gevecht

2026-06-01 binnenland

Den Haag, maandag, 1 juni 2026.
Na rechtszaken én druk op Den Haag vertrekken twee Palestijnse studenten per bus uit Gaza. 44 anderen wachten nog op Israëlische toestemming.

Den Haag: twee studenten vertrekken eindelijk uit Gaza

Op 31 mei 2026 vertrokken twee Palestijnse studenten per bus uit Gaza, richting Nederland [1][5]. Ze reizen via Israël naar Jordanië, om van het Queen Alia-vliegveld bij Amman door te vliegen naar Nederland [5]. Met hen vertrok ook een Palestijnse journalist, maar die reist door naar Italië [5]. Het is een historisch moment: na maanden van rechtszaken en diplomatiek getouwtrek is dit de eerste keer dat Gazanen met een geldig Nederlands visum daadwerkelijk de grens over mogen. De Israëlische dienst Cogat gaf op 31 mei 2026 toestemming voor hun vertrek [5]. Nederland coördineert de reis actief: diplomaten zijn aanwezig op de grensovergangen en regelen het transport [5]. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar was het lange tijd niet.

Lange weg naar de bus: rechtszaken en omgekeerd beleid

Het begon in februari 2026. Het tweetal stapte naar de rechtbank in Den Haag en vroeg om consulaire hulp van het ministerie van Buitenlandse Zaken [1][2][3][4]. Ze verloren die zaak — het ministerie hoefde niets te doen [1][2][3][4]. Maar een maand later, in maart 2026, draaide de Raad van State dat oordeel terug via een voorlopige voorziening: het ministerie moest ze wél helpen [1][2][3][4]. Vervolgens vroeg eind april 2026 een bredere groep van 46 Gazanen om consulaire hulp om hun visum in Amman op te halen [1][2][3][4]. De rechtbank in Den Haag oordeelde opnieuw, nu met het tussenvonnis van de Raad van State als leidraad: Nederland moest zich inspannen om hun vertrek mogelijk te maken [1][2][3][4]. Buitenlandse Zaken gaf daarna alle namen door aan Israël [1][2][3][4]. Dat de groep daarna nóg niet weg kon, legde het ministerie bij Israël neer [1][2][3][4]. Vóór 29 mei 2026 weigerde de Nederlandse overheid nog om de reis vanaf de grens te coördineren en beperkte de hulp zich tot het indienen van een namenlijst bij Cogat [5]. Wekenlange druk van universiteiten, politiek en publiek zorgde voor een beleidsommezwaai [5]. Minister Berendsen van Buitenlandse Zaken zette uiteindelijk het groene licht voor actieve diplomatieke ondersteuning [5].

44 anderen wachten nog: wanneer zijn zij aan de beurt?

Van de totale groep van 47 visumhouders zijn er nu twee studenten onderweg [1][5]. Dat betekent dat nog 44 Palestijnen wachten op toestemming van Israël [5]. Wanneer die toestemming komt, is op 1 juni 2026 nog onduidelijk [1][2][3]. Nederland heeft aangegeven ook hen op dezelfde manier diplomatiek te willen ondersteunen zodra Israël akkoord gaat [5]. Voor de betrokkenen — studenten en werknemers met een geldig visum — is het een kwestie van wachten op één handtekening van de Israëlische autoriteiten. Het gaat hier nadrukkelijk niet om asielzoekers of vluchtelingen in de juridische zin, maar om mensen met een studie- of werkvisum die al het juridische werk hebben gedaan en simpelweg de grens niet over mochten [1][5]. Voor de Nederlandse samenleving toont deze zaak iets belangrijks: rechters kunnen het buitenlandbeleid van een kabinet bijsturen. En soms duurt dat een paar maanden en een handvol rechtszittingen — maar het werkt [GPT].

Bronnen


Gazanen visum