Nederland trekt aan de bel in Brussel: stop de regels die innovatieve start-ups als zinkend schip behandelen

Nederland trekt aan de bel in Brussel: stop de regels die innovatieve start-ups als zinkend schip behandelen

2026-06-01 economie

Brussel, maandag, 1 juni 2026.
Een gezonde start-up kan failliet worden verklaard omdat een achtergestelde lening niet meetelt als eigen vermogen. Acht EU-landen, met Nederland voorop, eisen nu betere Europese regels.

De absurde regel die innovatieve bedrijven de das omdoet

Stel: je hebt een veelbelovende start-up. Investeerders geloven in je. Ze steken geld in je bedrijf via een achtergestelde lening. Maar Brussel telt dat geld niet mee als eigen vermogen. Resultaat? Jouw bloeiende bedrijf heet officieel een ‘Onderneming in Moeilijkheden’ (OIM) [1]. En dat label heeft grote gevolgen. Wie als OIM wordt aangemerkt, krijgt geen subsidies, geen garanties en geen leningen meer vanuit de overheid [1]. De gedachte achter de regel is eerlijk: voorkom dat de staat noodlijdende bedrijven kunstmatig in leven houdt en zo de concurrentie verstoort [1]. Maar de praktijk pakt rampzalig uit voor innovatieve groeibedrijven die juist wél levensvatbaar zijn. Ze hebben simpelweg een andere financieringsstructuur dan een traditioneel bedrijf [1]. Op 30 maart 2026 nam de EU al een stap met de aanname van Richtlijn (EU) 2026/799, de zogenoemde EU Insolvency Harmonisation Directive, die onder meer grensoverschrijdende insolventieregels harmoniseert [2]. Maar dat lost het OIM-probleem voor start-ups nog niet op.

Acht landen sturen Brussel een stevige brief

Nederland laat het er niet bij zitten. Tijdens de Raad voor Concurrentievermogen in Brussel trokken acht EU-landen gezamenlijk aan de bel [1]. Ze stuurden een zogeheten non-paper naar de Europese Commissie, een formeel maar niet-bindend signaal dat verandering urgent is [1]. De acht landen stellen twee concrete oplossingen voor. Ten eerste: tel achtergestelde leningen en andere vormen van quasi-eigen vermogen gewoon mee als volwaardig eigen vermogen [1]. Dan vallen gezonde start-ups niet meer onterecht onder de OIM-definitie. Ten tweede: rek de uitzonderingsperiode voor mkb-groeibedrijven op van de huidige termijn naar 15 jaar [1]. Meer landen steunen dit initiatief individueel, al ondertekenden ze het non-paper zelf niet [1]. Minister Heleen Herbert van Economische Zaken en Klimaat zei het zo: ‘Juist start-ups en scale-ups zijn met hun nieuwe innovaties en technologie onmisbaar voor de transitie naar een duurzame economie en minder strategische afhankelijkheden. De huidige OIM-regels belemmeren hun doorgroei’ [1]. Herbert is duidelijk: enkel uitzonderingen toevoegen aan de bestaande definitie schuift het probleem alleen met een paar jaar vooruit [1]. De definitie zelf moet worden aangepast.

Wat staat er op het spel voor de Europese economie?

Het gaat hier niet om een bureaucratisch nachtmerriescenario voor een handvol ondernemers. De inzet is veel groter. Europa loopt achter op de VS als het gaat om het financieren van innovatieve bedrijven. De durfkapitaalsector in Europa wordt nog altijd gedomineerd door publieke instellingen, terwijl private investeerders achterblijven [5]. Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie in mei 2026 een voorstel gepresenteerd voor de zogenoemde ‘EU Inc.’: een Europese rechtsvorm waarmee start-ups binnen 48 uur digitaal kunnen worden opgericht, zonder minimumkapitaalvereisten [4]. Dat klinkt veelbelovend. Maar als diezelfde start-ups vervolgens via de OIM-regels worden gekneveld zodra ze groeifinanciering ophalen, sla je met de ene hand wat je opbouwt met de andere [1][4]. Minister Herbert belooft de druk vol te houden in Brussel [1]. Of de Europese Commissie de definitie daadwerkelijk aanpast, is nog onzeker [alert! ‘De Europese Commissie heeft nog geen formele wetgevende reactie aangekondigd op het non-paper van de acht landen’]. Voor Nederlandse mkb-bedrijven en start-ups is de boodschap vandaag, maandag 1 juni 2026, in elk geval helder: Den Haag vecht in Brussel voor de spelregels die bepalen of jouw bedrijf morgen nog subsidie of een lening kan krijgen.

Bronnen


insolventieregels EU-concurrentievermogen